ECLI:NL:GHARL:2022:3737
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs staandehouding bestuurder
De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het parkeren in strijd met een parkeerverbod op 3 maart 2020 in Amsterdam. De gemachtigde voerde aan dat de bestuurder ten onrechte niet was staande gehouden, omdat de ambtenaar geen persoon of voertuig had gezien en er voldoende mogelijkheden waren om een stopteken te geven.
Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de ambtenaar de bestuurder staande houden om diens identiteit vast te stellen, tenzij er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De ambtenaar verklaarde dat de bestuurder wegreed, maar het hof vond deze verklaring onvoldoende om te concluderen dat staandehouding onmogelijk was.
Het hof oordeelde dat zonder nadere toelichting niet duidelijk is waarom de ambtenaar het voertuig niet kon volgen en staande houden. Omdat de advocaat-generaal geen verweerschrift indiende, achtte het hof het niet nodig om nadere informatie op te vragen. De sanctie is daarom ten onrechte opgelegd en de beschikking wordt vernietigd.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat staandehouding onmogelijk was.