In deze civiele zaak staat de betaling van facturen voor schilderwerkzaamheden centraal. [Geïntimeerde], een schilder, voerde werkzaamheden uit aan een woning in Haren en appartementen in Assen in opdracht van Combigarant B.V. Combigarant betaalde de factuur niet en stelde dat het werk slecht was uitgevoerd, waardoor zij schade had geleden.
De kantonrechter oordeelde dat Combigarant onvoldoende bewijs had geleverd van tekortkomingen en dat zij [geïntimeerde] niet schriftelijk in de gelegenheid had gesteld de gebreken te herstellen. Daarom wees de kantonrechter de vordering tot betaling toe en wees de schadevergoeding af.
Combigarant ging in hoger beroep en voerde zes grieven aan om het vonnis te vernietigen en haar eigen vordering toegewezen te krijgen. Het hof oordeelde dat Combigarant haar stelplicht en bewijslast niet had voldaan. De aangevoerde foto’s en berichten boden onvoldoende duidelijkheid over tekortkomingen en schade.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Combigarant in de kosten van het hoger beroep. De vordering tot terugbetaling en overige vorderingen werden afgewezen.