ECLI:NL:GHARL:2022:3778

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 mei 2022
Publicatiedatum
12 mei 2022
Zaaknummer
Wahv 200.290.883/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Uitvoeringsvoorschriften BABW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor parkeren zonder parkeerschijf bij blauwe streep parkeervak

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €95 opgelegd wegens parkeren zonder zichtbare parkeerschijf in een parkeerschijfzone. De betrokkene voerde aan dat er geen blauwe streep was, omdat alleen de hoeken van de parkeervakken blauw waren gemarkeerd en de vakken wit waren afgebakend.

Het hof oordeelde dat de blauwe markeringen op de hoeken van het parkeervak wel degelijk als blauwe streep gelden volgens artikel 25, tweede lid, RVV 1990. De niet-conforme plaatsing volgens de Uitvoeringsvoorschriften BABW leidt niet tot het vervallen van de sanctie, omdat deze voorschriften gericht zijn op wegbeheerders en niet op weggebruikers.

Verder werd overwogen dat bestuurders de verantwoordelijkheid dragen zich te vergewissen van de parkeerregels en dat het niet opmerken van de blauwe streep voor rekening van de betrokkene komt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €95 voor parkeren zonder parkeerschijf in een parkeerschijfzone.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.290.883/01
CJIB-nummer
: 227891885
Uitspraak d.d.
: 12 mei 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 2 februari 2021, betreffende

[de betrokkene] V.O.F. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd voor: “motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep terwijl het voertuig niet is voorzien van een duidelijke geplaatste parkeerschijf”. Deze gedraging zou zijn verricht op zaterdag 27 juli 2019 om 12.43 uur op de Zeestraat in Volendam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat geen sprake is van een blauwe streep. De vakken zijn omgeven door witte belijning en op de hoekjes van de vakken is een donkerkleurig kruis geplaatst. Dat is geen blauwe streep in de zin van artikel 25, tweede lid, RVV 1990. Nu het voertuig langs een witte streep stond, is de gedraging niet verricht.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van het bepaalde in artikel 25 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Artikel 25 luidt Pro - voor zover hier van belang - als volgt:
“(…)
2. Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan indien het motorvoertuig overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf.
Indien het motorvoertuig is voorzien van een voorruit, wordt de parkeerschijf achter de voorruit geplaatst.”
In hoofdstuk IV, paragraaf 2 van de Uitvoeringsvoorschriften Besluit administratieve bepalingen inzake verkeerstekens (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW) is - voor zover hier van belang - het volgende bepaald:
“3. De blauwe streep als bedoeld in art. 25, tweede lid, van het RVV 1990
Plaatsing
De blauwe streep wordt tenminste aangebracht:
- aan een lange zijde van een parkeervak bij langsparkeren;
- aan een korte zijde van een parkeervak bij haaks of schuin parkeren;
- of langs de kant van de rijbaan waar parkeren over grotere lengte met gebruik van de parkeerschijf is toegestaan.”
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Blauwe schijf, dan wel vergunning/ontheffing niet zichtbaar.”
5. In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van bevindingen van 23 september 2019. Hierin verklaart de ambtenaar op ambtseed onder meer:
“Bij het oprijden van de parkeerplaats is aan de rechterzijde van de weg duidelijk zichtbaar een bord model E10 met daarop de afbeelding van een parkeerschijf en de maximum toegestane parkeerduur (1,5 uur) geplaatst. Op de parkeerplaats zijn parkeervakken door middel van een blauwe streep aangebracht.”
6. Bij het aanvullend proces-verbaal zijn foto’s van (de plaats van) de gedraging gevoegd. De advocaat-generaal heeft duidelijker exemplaren van deze foto’s bij het verweerschrift gevoegd. Op deze foto’s is het volgende te zien:
Er is ter plaatse sprake van groot parkeerterrein. Bij de ingang van het parkeerterrein staat aan de rechterzijde een bord E8 (parkeergelegenheid, alleen bestemd voor personenauto’s) en een bord E10 (parkeerschijfzone met verplicht gebruik parkeerschijf, tevens parkeerverbod indien er langer wordt geparkeerd dan de parkeerduur die op het bord is aangegeven, in dit geval 1,5 uur). Daaronder bevindt zich een onderbord met de tekst: “za t/m do 09.00 – 18.00, vrijdag 09.00 – 21.00”.
Op het parkeerterrein zijn haaks op de weg parkeervakken gelegen. Deze parkeervakken zijn afgebakend door witte belijning. De hoeken van naast elkaar gelegen parkeervakken zijn blauw gemarkeerd, in een T-vorm. Het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd in een op die wijze gemarkeerd parkeervak. Er bevindt zich geen duidelijk zichtbare parkeerschijf in het voertuig.
7. Op basis van de stukken in het dossier staat vast dat het voertuig stond geparkeerd in een parkeerschijfzone, die was aangegeven middels een bord E10 bij de ingang van het parkeerterrein. Namens de betrokkene wordt niet ontkend dat het voertuig van de betrokkene op genoemde plaats was geparkeerd zonder dat het was voorzien van een parkeerschijf. In het geding is of ter plaatse sprake was van een blauwe streep.
8. Het hof stelt vast dat de onderhavige parkeervakken weliswaar niet zijn voorzien van een blauwe streep over de gehele korte zijde van het parkeervak, maar dat dit niet wegneemt dat de vakken wel zijn voorzien van een blauwe streep. Op de beide hoeken van het parkeervak is immers een blauwe streep aangebracht over de witte belijning heen.
9. Dat de blauwe streep niet is aangebracht conform het bepaalde in de Uitvoeringsvoorschriften BABW, brengt niet mee dat aan de betrokkene geen sanctie kan worden opgelegd. Vaste rechtspraak van het hof is dat de bepalingen in de Uitvoeringsvoorschriften BABW zijn gericht tot de wegbeheerder. Weggebruikers kunnen aan die regels geen rechten ontlenen. Het staat niet ter beoordeling van de individuele weggebruiker of een verkeersteken overeenkomstig de Uitvoeringsvoorschriften BABW is geplaatst.
10. Verder wordt overwogen dat van bestuurders die gebruik willen maken van een parkeerplaats mag worden verwacht dat zij de nodige moeite doen om zich ervan te vergewissen dat het parkeren op de gekozen parkeerplaats is toegestaan en of daarvoor het gebruik van een parkeerschijf noodzakelijk is. Dat de bestuurder van het voertuig de streep mogelijk niet heeft opgemerkt, is een omstandigheid waarvan de gevolgen voor rekening van de betrokkene komen. Naar het oordeel van het hof is dan ook komen vast te staan dat de gedraging is verricht, terwijl niet is gebleken van omstandigheden die aanleiding geven tot het achterwege laten van de opgelegde sanctie of matiging van het bedrag van die sanctie.
11. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.
12. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.