Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter had bepaald dat de opvolgend bewindvoerder geen vergoeding voor aanvangswerkzaamheden mocht toerekenen aan het vermogen van de rechthebbende. Het hof vernietigt dit oordeel en stelt vast dat de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren niet duidelijk is over vergoeding bij opvolging, maar dat een opvolgend bewindvoerder wel recht heeft op een vergoeding op grond van uitzonderlijke omstandigheden.
De opvolgend bewindvoerder neemt een lopend bewind over, waardoor de aanvangswerkzaamheden minder omvangrijk zijn dan bij de instelling van een nieuw bewind. Het hof stelt daarom een forfaitaire vergoeding vast die lager is dan het reguliere bedrag, namelijk de helft van het forfaitaire bedrag voor aanvangswerkzaamheden, omdat de werkzaamheden gemiddeld ongeveer 4 uur in beslag nemen.
Het hof wijst het meer of anders verzochte af en bepaalt dat de kosten van het hoger beroep voor rekening van de opvolgend bewindvoerder komen. De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke vergoeding voor opvolgend bewindvoerders bij overdracht op eigen verzoek.
Uitkomst: Het hof kent aan de opvolgend bewindvoerder een forfaitaire vergoeding van €279,50 toe voor aanvangswerkzaamheden.