Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn de ouders van twee minderjarige kinderen met gesplitste hoofdverblijven. De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op basis van de draagkracht van beide ouders, waarbij de man ruim 80% bijdroeg. In hoger beroep betwist de man zijn draagkracht en het aandeel in de kosten.
Het hof constateert dat de man onvoldoende openheid heeft gegeven over zijn inkomsten uit verhuur van appartementen en ondernemingen, waardoor zijn draagkracht niet exact kan worden vastgesteld. Het hof schat daarom het aandeel van de man in de behoefte van de kinderen op 95%, wat neerkomt op € 620,35 per maand totaal, of € 310 per kind.
De verblijfsoverstijgende kosten worden verdeeld volgens de hoofdverblijven, waarbij de man de kosten voor het kind bij hem draagt en de vrouw voor het kind bij haar. Het hof wijst de grieven van beide partijen deels toe, vernietigt de eerdere beschikking en bepaalt de alimentatie met ingang van 12 november 2020. Tevens wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard en draagt elke partij haar eigen kosten.
Uitkomst: De man moet vanaf 12 november 2020 € 310 per kind per maand aan kinderalimentatie betalen.