ECLI:NL:GHARL:2022:3847
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging bij administratief beroep Wahv
De betrokkene heeft administratief beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Dit administratief beroep is feitelijk ingediend door een gemachtigde, mr. M. Lagas. Vervolgens stelde Lagas hoger beroep in bij de kantonrechter tegen de beslissing op het administratief beroep.
De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat Lagas geen machtiging had overgelegd waaruit bleek dat hij namens de betrokkene bevoegd was het beroep in te stellen. Deze tekortkoming werd niet hersteld ondanks daartoe geboden gelegenheid. Lagas voerde aan dat geen machtiging nodig was omdat de beslissing op het administratief beroep aan hem was gericht.
Het hof stelt vast dat de beschikking aan de betrokkene was gericht en dat op grond van artikel 9 Wahv Pro alleen degene die administratief beroep heeft ingesteld, in dit geval de betrokkene, gerechtigd is om beroep in te stellen. Indien een ander dan de betrokkene beroep instelt, kan de rechter een schriftelijke machtiging verlangen op grond van artikel 8:24 Awb Pro. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.