ECLI:NL:GHARL:2022:3847

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 mei 2022
Publicatiedatum
16 mei 2022
Zaaknummer
Wahv 200.291.140/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WahvArt. 8:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging bij administratief beroep Wahv

De betrokkene heeft administratief beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Dit administratief beroep is feitelijk ingediend door een gemachtigde, mr. M. Lagas. Vervolgens stelde Lagas hoger beroep in bij de kantonrechter tegen de beslissing op het administratief beroep.

De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat Lagas geen machtiging had overgelegd waaruit bleek dat hij namens de betrokkene bevoegd was het beroep in te stellen. Deze tekortkoming werd niet hersteld ondanks daartoe geboden gelegenheid. Lagas voerde aan dat geen machtiging nodig was omdat de beslissing op het administratief beroep aan hem was gericht.

Het hof stelt vast dat de beschikking aan de betrokkene was gericht en dat op grond van artikel 9 Wahv Pro alleen degene die administratief beroep heeft ingesteld, in dit geval de betrokkene, gerechtigd is om beroep in te stellen. Indien een ander dan de betrokkene beroep instelt, kan de rechter een schriftelijke machtiging verlangen op grond van artikel 8:24 Awb Pro. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.291.140/01
CJIB-nummer
: 229714204
Uitspraak d.d.
: 16 mei 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 12 januari 2021, betreffende
mr. M. Lagas,
kantoorhoudende te Amsterdam,
beweerdelijk optredende voor

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

mr. M. Lagas (hierna: Lagas) heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat geen machtiging is overgelegd waaruit blijkt dat Lagas gemachtigd is om namens de betrokkene beroep in te stellen. Dit verzuim is ook niet hersteld nadat daartoe de gelegenheid was geboden.
2. Lagas voert aan dat in de procedure bij de kantonrechter helemaal geen machtiging nodig is. Hij mocht namelijk beroep instellen omdat de beslissing op het administratief beroep aan hem gericht is.
3. Het hof stelt vast dat de inleidende beschikking is gericht aan de betrokkene, [de betrokkene] . Op 16 december 2019 is administratief beroep ingesteld door Lagas. Het administratief beroep is door de officier van justitie inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing is door Lagas beroep ingesteld bij de kantonrechter.
4. Op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wahv kan tegen de beslissing van de officier van justitie beroep worden ingesteld door degene die administratief beroep heeft ingesteld.
5. Gelet op de beslissing van de officier van justitie is het administratief beroep ingesteld namens de betrokkene. Hoewel feitelijk ingesteld door Lagas, is de betrokkene dus degene die administratief beroep heeft ingesteld en op grond van artikel 9, tweede lid van de Wahv gerechtigd om beroep tegen de beslissing op het administratief beroep in te stellen.
6. Indien een ander dan de betrokkene beroep instelt, kan de rechter naar analogie van artikel 8:24, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) van degene die het heeft ingesteld, in dit geval Lagas, een schriftelijke machtiging verlangen. Gelet hierop treft de klacht geen doel.
7. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er daarom niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.