ECLI:NL:GHARL:2022:3859
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep zonder deugdelijke machtiging in bestuursstrafzaak
In deze bestuursstrafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van een gemachtigde zonder deugdelijke machtiging ongegrond verklaarde. De gemachtigde, Lagas, stelde dat de officier van justitie zijn informatie- en hoorplicht had geschonden doordat het zaakoverzicht niet was verstrekt en er geen hoorzitting had plaatsgevonden.
Het hof oordeelde dat de officier van justitie terecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard op grond van het ontbreken van een geldige machtiging, zoals voorgeschreven in artikel 7:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor was het niet verplicht om het zaakoverzicht te verstrekken of een hoorzitting te houden.
Hoewel de kantonrechter ten onrechte inhoudelijk op het beroep is ingegaan, leidt dit niet tot vernietiging van zijn beslissing. Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van de gronden en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af wegens gebrek aan aanleiding.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens ontbreken van een deugdelijke machtiging en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.