ECLI:NL:GHARL:2022:3882

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 mei 2022
Publicatiedatum
17 mei 2022
Zaaknummer
Wahv 200.296.098/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep parkeerboete vergunninghouderszone ondanks woonerfbord

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het parkeren zonder vergunning op een parkeerplaats voor vergunninghouders in de Jean Verheggenstraat te Weert. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het gerechtshof vernietigde deze beslissing in hoger beroep.

De betrokkene stelde dat het bord G5 (woonerf) de vergunninghouderszone beëindigde, waardoor de regels van het woonerf zouden gelden, waaronder het parkeren met een gehandicaptenparkeerkaart. Het hof stelde echter vast dat het woonerfbord de vergunninghouderszone niet beëindigt volgens artikel 66, tweede lid, RVV 1990. Bovendien was er geen gehandicaptenparkeerkaart aanwezig in het voertuig.

Het hof wijzigde de feitcode van R592a naar R397i, omdat de betrokkene zonder vergunning parkeerde binnen de vergunninghouderszone. De sanctie bleef gelijk. Daarnaast werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.354,50.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond, wijzigt de feitcode en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.296.098/01
CJIB-nummer
: 230654208
Uitspraak d.d.
: 17 mei 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 2 april 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “voertuig parkeren op parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden”. Deze gedraging met feitcode R592A zou zijn verricht op 13 november 2019 om 15:03 uur op de Jean Verheggenstraat in Weert met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter het beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Aangevoerd is dat er een gehandicaptenparkeerkaart achter de voorruit lag. Ook gelden ter plaatse de regels voor een woonerf en niet voor een vergunninghouderszone, nu het bord ‘woonerf’ het laatste bord is dat door de betrokkene is gepasseerd. In een woonerf is het toegestaan om te parkeren met een gehandicaptenparkeerkaart of binnen de parkeervakken. De verklaringen van de ambtenaar zijn tegenstrijdig. Uit de verklaring in het brondocument blijkt dat door de ambtenaar een parkeervergunning is waargenomen, terwijl uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat geen vergunning is waargenomen. Ook blijkt uit de verklaring dat de pleeglocatie is gelegen in een woonerf dat is gelegen in vergunninghoudersgebied 3, terwijl uit de bijlage blijkt dat dit onjuist zijn. Indien wel sprake zou zijn van een vergunninghouderszone dan is de verkeerde feitcode toegepast, aangezien de betrokkene niet in het bezit is van een parkeervergunning.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Het voertuig stond geparkeerd op een door bord E9 aangeduide parkeerplaats welke is voorbehouden aan vergunninghouders. Ik heb een parkeervergunning waargenomen. Ik zag echter dat de parkeervergunning niet leesbaar en/of duidelijk zichtbaar was. (…). To (het hof begrijpt: tegenover) pand 2. (…).”
4. Bij de stukken van het geding bevindt zich een aanvullend proces-verbaal van
13 februari 2020 waarin de ambtenaar het volgende verklaart:
“Op woensdag 13 november 2019, omstreeks 15:03 uur, was ik binnen de gemeente Weert belast met parkeertoezicht. Ik bevond mij in uniform gekleed op de openbare weg, de Jean Verheggenstraat, gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Weert.
De straat is gelegen binnen een zogenaamde vergunninghouderszone. Middels het bord E9 van de bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) wordt dit kenbaar gemaakt. Parkeren kan aldaar uitsluitend plaatsvinden met een vergunninghouderskaart c.q. kraskaart zone 3 van de gemeente Weert voor die betreffende zone.
Ik zag dat het voertuig met kenteken [kenteken] , merk Opel, geparkeerd stond in de parkeervakken in de Jean Verheggenstraat. Ik zag dat dit was binnen de vergunninghouderszone. Ik zag dat er geen geldige parkeervergunning c.q. kraskaart zone 3 lag. Zie bijlage kopie beschikking met de fotografische opnames; bijlage 1 en 2. Het voertuig stond geparkeerd tegenover pand Jean Verheggenstraat 6; bijlage 3 en 4, aangegeven coördinaten GPS zoals aangegeven kopie beschikking.”
5. Als bijlage bij het aanvullend proces-verbaal is het brondocument (de aankondiging van beschikking) gevoegd. Hierbij bevinden zich foto’s van de gedraging. Het betreft foto’s van het voertuig van de betrokkene op het moment van de gedraging. Ook heeft de ambtenaar afdrukken afkomstig van Google Maps overgelegd, waarop door de ambtenaar is aangegeven op welke locatie het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd, alsmede op welke de locatie de vergunningshouderszone eindigt.
6. Voorts bevindt zich bij de stukken van het geding een aanvullend proces-verbaal van
22 mei 2020. De hierin opgenomen verklaring van de ambtenaar komt grotendeels overeen met de onder 4. opgenomen verklaring. Ter aanvulling verklaart de ambtenaar verder nog:
“Volgens de betrokkene was er een gehandicaptenparkeerkaart, maar zoals al aangegeven zag ik geen vergunning in het voertuig. Ik zag ook geen gehandicaptenparkeerkaart in het voertuig liggen. Zie foto bijlage 1 (foto voorruit voertuig kenteken [kenteken] en regels gehandicaptenparkeerkaart, algemene geldende regels Nederland). De Jean Verheggenstraat is gelegen in een woonerf. Dit woonerf is gelegen binnen vergunninghouderszone 3. Dit vergunninghoudersgebied is aangeduid met bord E9. Bij het binnenrijden van de wijk, straat passeert men bord E9 voordat men het woonerf oprijdt. Bij de opmerking dat men in een woonerf mag parkeren, plaats ik de opmerking dat dit mogelijk is mits men zich bevind in een vergunninghoudersgebied. Er zijn gemeentes die een uitzondering maken met betrekking tot de regels voor parkeren in een vergunninghouderszone. De toegezonden bijlage geeft aan dat men met een gehandicaptenparkeerkaart mag parkeren in een vergunninghouderszone. De opmerking op de beschikking dat het voertuig geparkeerd stond tegenover pand 2 is als aantekening om aan te geven dat dit binnen de vergunninghouderszone was. Na pand nummer 16 op de Jean Verheggenstraat geldt namelijk geen vergunninghouderszone.”
7. Naar aanleiding van de door de gemachtigde overgelegde afdrukken afkomstig van Google Maps Street View, heeft het hof zich eveneens via Google Maps Street View georiënteerd op de situatie ter plaatse. Op basis hiervan stelt het hof vast dat er op de Coenraad Abelstraat, vlak voor de afslag naar de Jean Verheggenstraat een bord E9 (zone) is geplaatst. Op de Jean Verheggenstraat is aan het begin een bord G5 (woonerf) geplaatst en ter hoogte van de Jean Verheggenstraat nummer 16 is een bord ‘einde zone vergunninghouders’ geplaatst.
8. Uit de verklaringen van de ambtenaar volgt - kort gezegd - dat de locatie waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd (ter hoogte van woning nummer 6) is gelegen binnen een zone waarbinnen parkeren alleen is toegestaan voor vergunninghouders. De door het bord E9 ingestelde vergunninghouderzone eindigt op grond van artikel 66, tweede lid, van het RVV 1990, middels plaatsing van een bord waarmee het einde van die zone wordt aangeduid, in dit geval ter hoogte van woning nummer 16. Anders dan de gemachtigde stelt, wordt de werking van de door het bord E9 ingestelde vergunninghouderzone niet opgeheven door plaatsing van een bord G5 (woonerf). Dat het in sommige gevallen, onder bepaalde voorwaarden is toegestaan om met een gehandicaptenparkeerkaart buiten de vakken in een woonerf te parkeren is, nog daargelaten dat volgens de verklaring van de ambtenaar geen gehandicaptenparkeerkaart in het voertuig lag, derhalve niet relevant.
9. De verbalisant heeft een sanctie opgelegd voor de gedraging behorende bij feitcode R592a: “Als bestuurder van een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden”. De advocaat-generaal heeft terecht voorgesteld de feitcode van de gedraging te wijzigen naar R397i met de omschrijving: "als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9, zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend." Uit de aanvullende processen-verbaal blijkt dat de ambtenaar geen vergunning heeft waargenomen. Namens de betrokkene is niet gesteld, en ook is niet gebleken, dat de betrokkene beschikte over een parkeervergunning, zodat het hof de verklaring in het zaakoverzicht in zoverre aanmerkt als een kennelijke misslag.
10. Nu de betrokkene niet beschikte over een parkeervergunning waarmee hij mocht parkeren op de desbetreffende parkeerplaats voor vergunninghouders, kan worden vastgesteld dat de gedraging behorend bij feitcode R397i is verricht. Het hof zal daarom het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaren en die beslissing, alsmede de inleidende beschikking voor wat betreft de daarin opgenomen feitcode en omschrijving van de gedraging wijzigen in: "R397i" en "als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9, zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend". Door deze wijziging wordt de betrokkene niet in zijn belangen geschaad, zeker niet nu het bedrag van de sanctie in beide gevallen gelijk is.
11. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, een hoger beroepschrift en een nadere toelichting daarop dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.354,50 ((1,5 x € 541,- x 0,5 = € 405,75) + (2,5 x
€ 759,- x 0,5 = € 948,75)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat als feitcode en omschrijving van de gedraging wordt vermeld: “R397i” en ''als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9 zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend'';
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.354,50.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.