Partijen zijn gescheiden en gezamenlijk eigenaar van een woning met een hypothecaire lening. De rechtbank had bepaald dat de man binnen drie maanden de woning kon overnemen tegen een vastgestelde prijs, met ontslag van de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid. De man heeft de woning niet binnen deze termijn overgenomen, waarna de vrouw een kort geding startte om nakoming van de beschikking af te dwingen.
De voorzieningenrechter kende de man een nieuwe termijn van dertig dagen toe om alsnog de woning over te nemen en matigde de dwangsommen. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep en vorderde vernietiging van die termijn en verhoging van de dwangsommen.
Het hof oordeelt dat de voorzieningenrechter buiten de rechtsstrijd is getreden door de man een nieuwe termijn te geven, terwijl de onherroepelijke beschikking van de rechtbank duidelijk was. Het hof vernietigt dit deel van het vonnis, verhoogt de dwangsommen tot € 1.500 per dag met een maximum van € 30.000 en veroordeelt de man in de proceskosten. De overige onderdelen van het vonnis worden bekrachtigd.