ECLI:NL:GHARL:2022:4080

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 mei 2022
Publicatiedatum
19 mei 2022
Zaaknummer
21-002289-21
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden en aanpassing strafmotivering kinderpornobezit

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, waarbij verdachte was veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf, waarvan 178 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en diverse bijzondere voorwaarden.

De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer meldingsplicht bij de reclassering, voortzetting van ambulante forensische behandeling, onthouding van seksuele communicatie met minderjarigen en gedragingen gericht op internetomgevingen met kinderpornografisch materiaal, en medewerking aan digitale controles door de reclassering.

Het hof bevestigde het vonnis, maar vernietigde een onderdeel van de strafmotivering. De rechtbank had vermeld dat verdachte 5620 filmafbeeldingen met dierenporno bezat, maar het hof stelde vast dat slechts 2155 daarvan eenvoudig toegankelijk waren, terwijl 3465 bestanden niet zonder speciale software benaderbaar waren. Omdat verdachte niet beschikte over deze software, werden deze niet meegewogen in de strafoplegging.

De verdediging verzocht om aanpassing van een bijzondere voorwaarde om vergoeding van reiskosten voor ambulante behandeling te waarborgen, maar het hof oordeelde dat dit een executiekwestie betreft waar het geen wijziging in kan aanbrengen. Het vonnis werd met deze aanpassing van de strafmotivering bevestigd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden en past de strafmotivering aan door alleen toegankelijke kinderpornobestanden mee te wegen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002289-21
Uitspraak d.d.: 18 mei 2022
Tegenspraak
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 29 april 2021 met het parketnummer
18-088914-20 in de strafzaak inzake de verdachte

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het gerechtshof van 4 mei 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.
Het gerechtshof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.H. Wormmeester, is aangevoerd ter terechtzitting in hoger beroep.

Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht

De rechtbank heeft bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht:
- de verdachte ter zake van de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten veroordeeld tot:
een gevangenisstrafvoor de duur van honderdtachtig dagen, waarvan honderdachtenzeventig dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van de periode die is doorgebracht in voorarrest en met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
1. zich binnen zeven dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak meldt bij Reclassering Nederland, Zoutbranderij 1 te Leeuwarden en zich vervolgens blijft melden op afspraken met de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
2. de reeds gestarte ambulante behandeling door de Ambulante Forensische Polikliniek Drenthe, of een soortgelijke zorgverlener, zulks ter beoordeling van de reclassering, voortzet op de tijden en plaatsen als door of namens die zorgverlener aan te geven, waarbij de verdachte de reclassering toestemming verleent informatie op te vragen en of te verstrekken bij aan de zorgverlener of de betrokken hulpverlenende instanties;
3. - zich onthoudt van het - op welke wijze dan ook, waaronder digitaal - met een seksuele intentie communiceren met of over minderjarigen kinderen;
- zich onthoudt van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;
- zich onthoudt van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen kinderen wordt gecommuniceerd;
- te bespreken met de reclassering hoe hij voornoemd gedrag kan voorkomen.
De verdachte werkt gedurende de proeftijd mee aan ten hoogste drie controles van geautomatiseerde werken en digitale gegevensdragers bij huisbezoeken door de reclassering. De verdachte geeft gehoor aan een aanwijzing van de reclassering om verborgen of versleutelde bestanden zichtbaar te maken of te ontsleutelen.
Bij de controles op gedragsvoorwaarde 3, die gedurende de proeftijd maximaal
drie maal mogen plaatsvinden, kan de reclassering zich bij huisbezoeken (technisch) laten ondersteunen door een deskundige, ook als dit een opsporingsambtenaar is die deskundig is op digitaal gebied. Na digitaal onderzoek ter plaatse deelt de deskundige zijn bevindingen mee aan de aanwezige reclasseringswerker.
Bij aantreffen van verborgen of versleutelde bestanden kan de reclassering de verdachte de aanwijzing geven dat hij deze zichtbaar maakt of ontsleutelt. Voldoet de verdachte niet aan die aanwijzing, dan kan de reclassering dit opvatten als een schending van gedragsvoorwaarde 3 en hieraan de gevolgen verbinden die uit reclasseringsoogpunt wenselijk zijn. Kan het digitaal onderzoek ter plaatse onvoldoende plaatsvinden, dan kan de deskundige na goedkeuring van de reclassering een digitale kopie maken van de geautomatiseerde werken en gegevensdragers. De kopie wordt zo spoedig mogelijk elders onderzocht, waarna de deskundige het onderzoeksresultaat uitsluitend rapporteert aan de reclassering. Over de vraag of sprake is van strafbare kinderpornografie, kan de reclassering een zedenrechercheur raadplegen die gecertificeerd is voor het beoordelen van beeldmateriaal op kinderporno. De zedenrechercheur rapporteert uitsluitend aan de reclassering. Constateert de reclassering een overtreding van gedragsvoorwaarde 3, dan bepaalt de reclassering hiervan het gevolg, mede gelet op de ernst van de overtreding;
alsmede tot
een taakstrafvoor de duur van honderdtachtig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door negentig dagen hechtenis;
- onttrokken aan het verkeer:
een notebook van het merk Dell, met beslagcode 1059834;
een harddisk van het merk Philips, met beslagcode 1059822;
een harddisk van het merk Core, met beslagcode 1059821;
een USB-stick, kleur groen, met beslagcode 1059840;
een harddisk van het merk Seagate, met beslagcode 1059836;
- de teruggave aan de verdachte gelast van de overige in beslag genomen voorwerpen:
een computer van het merk HP, met beslagcode 1059839;
een telefoon van het merk en type Apple iPhone 6, met beslagcode 1059815:
een computer van het merk Bequiet, met beslagcode 1059818;
een computer van het merk HP, met beslagcode 1059819;
een computer van het merk HP, kleur grijs, met beslagcode 1059824;
een harddisk van het merk Western Digital, met beslagcode 1059825;
een harddisk van het merk Seagate, met beslagcode 1059827;
een harddisk van het merk Seagate, met beslagcode 1059828;
een harddisk van het merk Seagate, met beslagcode 1059830:
een CD-rom van het merk Philips, met beslagcode 1059831;
een CD-rom van het merk Philips, met beslagcode 1059832:
een computer, merkloos, met beslagcode 1059835:
een computer van het merk Samsung, kleur wit, met beslagcode 1059837.
Het gerechtshof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen, behalve voor zover het betreft een onderdeel van de strafmotivering.
Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het gerechtshof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd. Het gerechtshof is van oordeel dat de rechtbank voor het overige op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.
Daarom dient het vonnis met verbetering en aanvulling van de strafmotivering te worden bevestigd, in de volgende zin.
Verbetering van de strafmotivering
De rechtbank heeft in de strafmotivering vermeld dat de verdachte 5620 (film)afbeeldingen met dierenporno in zijn bezit had.
Uit de pagina’s 145 en 146 van het politieonderzoek blijkt echter dat 2155 filmafbeeldingen “accessible” waren en dat 3465 filmafbeeldingen niet meer eenvoudig voor de gebruiker te benaderen zijn zonder daarvoor bestemde software. Ter zitting heeft de verdachte desgevraagd aangegeven niet over deze software te beschikken en ook uit het dossier blijkt niet dat de verdachte hierover de beschikking had. Gelet op de jurisprudentie over dit aspect - ECLI:NL:GHARL:2014:4563 - zal het gerechtshof die 3465 filmafbeeldingen niet meewegen in de strafmaat. Voor de strafoplegging heeft dit verder geen gevolgen.
Aanvulling van de strafmotivering
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging het gerechtshof uitsluitend verzocht één van de bijzondere voorwaarden op een andere wijze te formuleren, opdat aldus gewaarborgd zal zijn dat de verdachte in aanmerking blijft komen voor vergoeding van de reiskosten voor het volgen van de ambulante behandeling.
Het gerechtshof ziet echter geen praktisch en tevens juridisch haalbare mogelijkheid om aan dit verzoek van de verdediging te kunnen voldoen. Het betreft hier een executiekwestie ter zake waaraan het gerechtshof niet de door de verdediging gewenste invulling van de bijzondere voorwaarden kan geven.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van een onderdeel van de strafmotivering en doet in zoverre opnieuw recht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Aldus gewezen door
mr. E.M.J. Brink, voorzitter,
mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. J.S. van Duurling, raadsheren,
in tegenwoordigheid van H. Kingma, griffier,
en op 18 mei 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.