ECLI:NL:GHARL:2022:4112

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 mei 2022
Publicatiedatum
23 mei 2022
Zaaknummer
Wahv 200.290.841/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor vasthouden mobiel tijdens rijden ondanks ontbreken staandehouding

De betrokkene kreeg een boete van €240 opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A50 in Wijchen op 10 september 2019. De betrokkene ontkende de overtreding en verwees naar het gebruik van een carkit en mogelijke andere handelingen zoals eten of het hanteren van een portemonnee. Er was geen dashcam aanwezig om de onschuld te bewijzen.

De ambtenaar stelde vast dat de bestuurder het mobiele apparaat in zijn rechterhand vasthield en bediende, hetgeen gedurende ruim tien seconden duidelijk zichtbaar was. Vanwege het vervoer van meerdere vuurwapens en munitie in het dienstvoertuig, die niet in een kluis waren opgeborgen, werd afgezien van een staandehouding uit veiligheidsoverwegingen.

Het hof oordeelde dat de waarneming van de ambtenaar betrouwbaar was en dat de enkele ontkenning onvoldoende was om aan deze vaststelling te twijfelen. Volgens artikel 5 Wahv Pro is een staandehouding vereist om de identiteit vast te stellen, tenzij er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. Het hof vond dat vanwege de veiligheidsrisico's rondom het vervoer van wapens een staandehouding niet reëel was, waardoor de sanctie terecht aan de kentekenhouder werd opgelegd.

De kantonrechter had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard en het hof bevestigde deze beslissing. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €240 voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden zonder staandehouding vanwege veiligheidsredenen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.290.841/01
CJIB-nummer
: 228501648
Uitspraak d.d.
: 23 mei 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 15 december 2020, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 september 2019 om 8:26 uur op de A50 in Wijchen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert namens de betrokkene aan dat de gedraging niet is verricht. De betrokkene kan zich niet voorstellen dat hij met zijn telefoon bezig was, daar hij een carkit heeft en dus handsfree telefonische handelingen kan verrichten. Mogelijk was hij met zijn ontbijt bezig of met zijn portemonnee. Volgens de gemachtigde kan de betrokkene simpelweg niet meer aanvoeren dan een blote ontkenning. Hij was namelijk alleen in de auto en is niet in het bezit van een dashcam. Het is voor hem dus praktisch onmogelijk om achteraf bewijs te verzamelen van zijn onschuld. Verder voert de gemachtigde aan dat in strijd met artikel 5 van Pro de Wahv geen staandehouding is verricht, terwijl daartoe wel een reële mogelijkheid bestond. De ambtenaar reed namelijk in een dienstvoertuig en had dus stopmiddelen voorhanden. De enkele omstandigheid dat de ambtenaar wapens en munitie vervoerde maakt - ervan uitgaande dat het voertuig op slot kon - niet dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. In dit zaakoverzicht staat voor zover relevant vermeld dat de ambtenaar heeft gezien dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene op voormelde datum, tijd en plaats tijdens het rijden een mobiele telefoon in zijn rechterhand vasthield, dat het genoemde voertuig hem langzaam voorbij reed, waarbij de ambtenaar 10 seconden duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kon kijken en dat er geen staandehouding is verricht in verband met een andere taak.
5. Voorts bevindt zich in het dossier een proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2020, waarin de ambtenaar voor zover relevant het volgende verklaart:
“Op 10 september 2019 verplaatste ik mij in een opvallend dienstvoertuig. Ik vervoerde vanuit het politiebureau Cuijk naar het politiebureau in Eindhoven meerdere vuurwapens, geweren en munitie. Deze waren in beslag genomen en moesten voor onderzoek overgebracht worden naar collegae van de forensische opsporing. (…)
Ik voegde in op de A50 en zag bij het invoegen dat de bestuurder van de personenauto, voorzien van het kenteken [kenteken] , een mobiel apparaat in zijn rechterhand hield. De bestuurder reed met zijn personenauto op rijstrook 2. Ik reed op de invoegstrook parallel aan dit voertuig. Ik had ruim 10 seconden zicht op de bestuurder in het voertuig. Ik zag dat de bestuurder een mobiel apparaat in zijn rechterhand vasthield. Ik zag dat de bestuurder deze in zijn rechterhand hield en met zijn vingers het mobiele apparaat bediende. Ik zag dat de bestuurder naar het scherm van het mobiele apparaat keek. In verband met de ochtendspits en de file op deze locatie kon ik de overtreding goed waarnemen. De snelheid waarmee ik en de bestuurder van de personenauto reden, betrof niet meer dan 50 kilometer per uur. (…)
Omdat ik bezig was met het vervoer van meerdere vuurwapens, geweren en munitie besloot ik om het kenteken van de personenauto en de locatie van de overtreding te noteren. Ik was namelijk alleen en ik vervoerde meerdere wapens en munitie in mijn dienstvoertuig. Het dienstvoertuig was niet voorzien van een kluis waarin de vuurwapen en munitie vervoerd worden. In het kader van de veiligheid besloot ik daarom om het voertuig een proces-verbaal te geven middels het kenteken en niet middels een staandehouding.”
6. Het hof ziet in hetgeen namens de betrokkene is aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de waarneming van de ambtenaar dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene tijdens het rijden een mobiele telefoon heeft vastgehouden. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de ambtenaar ruim tien seconden goed en onbelemmerd zicht op de bestuurder heeft gehad. De enkele stelling van de betrokkene dat hij zich niet kan voorstellen dat hij met zijn telefoon bezig was, omdat hij een carkit heeft en dat hij mogelijk met zijn ontbijt of portemonnee bezig was, is onvoldoende om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
7. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
8. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat hij op het moment dat hij de gedraging constateerde meerdere vuurwapens, geweren en munitie in zijn dienstvoertuig vervoerde en dat deze zich niet in een kluis bevonden. Hieruit volgt naar het oordeel van het hof dat zich wellicht wel feitelijk een mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan, maar dat er voldoende grond is voor het oordeel dat daartoe om veiligheidsredenen geen reële mogelijkheid bestond. Aldus is de sanctie terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
9. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook worden bevestigd.
10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.