ECLI:NL:GHARL:2022:4162
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep en verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel wegens ontregelde postbezorging
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beschikking van de kantonrechter en verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel opgelegd door de Minister voor Rechtsbescherming. Hoewel griffierecht niet was betaald en geen zekerheid was gesteld, oordeelde het hof dat de betrokkene niet behoorlijk was gewezen op zijn verplichtingen, waardoor het hoger beroep en verzet ontvankelijk zijn.
De betrokkene maakte aannemelijk dat hij de sanctiebeschikking niet had ontvangen vanwege ernstige problemen met de postbezorging op zijn adres. Correspondentie met PostNL en foto's van foutief bezorgde poststukken ondersteunden deze stelling. De Minister kon niet overtuigend aantonen dat de sanctiebeschikking en aanmaningen de betrokkene daadwerkelijk hadden bereikt.
Het hof overwoog dat een dwangbevel pas rechtsgeldig kan worden uitgevaardigd nadat de sanctiebeschikking onherroepelijk is geworden, hetgeen hier niet het geval was. De kantonrechter had het verzet ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet betalen van griffierecht. Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter, verklaarde het verzet gegrond en stelde vast dat de verhogingen en het dwangbevel ten onrechte waren toegepast.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beschikking van de kantonrechter en verklaart het verzet gegrond wegens niet-ontvangen sanctiebeschikking door ontregelde postbezorging.