ECLI:NL:GHARL:2022:4274

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 mei 2022
Publicatiedatum
25 mei 2022
Zaaknummer
Wahv 200.291.673/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVW 1994Art. 10 lid 1 RVV 1990Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctiebeschikking parkeren motor op trottoir zonder gevaar of hinder

De betrokkene kreeg een sanctie van €140 opgelegd omdat hij zijn motor op het trottoir had geparkeerd, wat volgens de officier van justitie gevaar of hinder voor het verkeer zou veroorzaken. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond. De betrokkene stelde dat er geen sprake was van hinder of gevaar, wat hij onderbouwde met foto's en de situatie ter plaatse.

Het hof onderzocht het dossier, waaronder een proces-verbaal en foto's. De ambtenaar verklaarde dat de doorgang belemmerd werd, mede door een aanwezige bouwsteiger. Het hof oordeelde echter dat uit de foto's blijkt dat voetgangers, ook met rolstoel of kinderwagen, zonder problemen konden passeren en dat de steiger hoog genoeg was om er onderdoor te lopen.

Daarom kon niet worden vastgesteld dat de motor zodanig was geplaatst dat gevaar of hinder werd veroorzaakt of kon worden veroorzaakt. Het hof vernietigde de sanctiebeschikking en verklaarde het beroep gegrond. Het bedrag dat als zekerheid was gesteld, moet worden gerestitueerd aan de betrokkene.

Het hof wees erop dat het voertuig wel in strijd met artikel 10 lid 1 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 op het trottoir stond, maar wijzigde de feitcode niet vanwege de procedurele stand van zaken en het ontbreken van een verweerschrift van de advocaat-generaal.

Uitkomst: Het hof vernietigt de sanctiebeschikking en verklaart het beroep gegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.291.673/01
CJIB-nummer
: 231173868
Uitspraak d.d.
: 25 mei 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 14 januari 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 november 2019 om 8:36 uur op de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat de sanctie ten onrechte is opgelegd. Hij voert daartoe aan dat door de wijze waarop hij zijn motor op het trottoir had geparkeerd geen hinder of gevaar voor ander verkeer werd veroorzaakt. De betrokkene merkt daarbij op dat volgens de kantonrechter voetgangers genoodzaakt zouden zijn om de weg op te gaan om de motor te kunnen passeren, maar dat dit feitelijk onjuist is en ook niet blijkt uit de verklaring van de ambtenaar of de foto’s van de situatie ter plaatse. Uit de foto’s blijkt dat zelfs een mindervalide in een rolstoel zou kunnen passeren zonder dat deze het fietspad of de weg op zou moeten gaan, aldus de betrokkene.
3. De onder 1. vermelde gedraging is een overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994). Voor de vraag of deze gedraging is verricht dient te worden vastgesteld of er door de manier waarop de betrokkene zijn voertuig ter plaatse heeft neergezet gevaar op de weg of hinder voor het verkeer op de weg is of kan worden veroorzaakt.
4. Het dossier bevat een proces-verbaal van 19 juni 2020, waarin de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd, het volgende verklaart: “Ik zag dat het voertuig zodanig op het trottoir stond dat er hinder kon ontstaan voor voetgangers. Ik zag namelijk dat de doorgang werd belemmerd. Ik zag namelijk dat er ter plaatse tevens een steiger aanwezig was waardoor er ook al minder ruimte was voor voetgangers. Ik, verbalisant, ben ter plaatse gekomen vanwege een klacht van bewoners omtrent de situatie. De bijlage bevat een situatiefoto.”
5. Het hof is van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de betrokkene zijn voertuig zodanig had neergezet dat daardoor gevaar of hinder werd veroorzaakt dan wel kon worden veroorzaakt. De ambtenaar heeft weliswaar verklaard dat de doorgang werd belemmerd, maar uit de foto’s in het dossier volgt dit niet zonder meer. Gelet op de breedte van het trottoir dat daarop is te zien moeten eventuele voetgangers, ook indien zij een rolstoel, rollator, kinderwagen of iets dergelijks bij zich hebben, het voertuig van de betrokkene zonder problemen (hebben) kunnen passeren. Dat, zoals ook op de foto is te zien, ter plaatse een bouwsteiger stond, leidt niet tot een ander oordeel, nu deze steiger hoog en breed genoeg is om er onderdoor te lopen.
6. Bij deze stand van zaken kan niet worden vastgesteld dat de onder 1. vermelde gedraging is verricht en had daarvoor geen sanctie mogen worden opgelegd.
7. De verklaring van de ambtenaar en de foto’s in het dossier bieden wel voldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat het voertuig van de betrokkene in strijd met artikel 10, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 op het trottoir stond geparkeerd. Het hof zal echter niet tot wijziging van de omschrijving van de gedraging en de feitcode overgaan. Daartoe wijst het hof op de stand van de procedure, waarbij het hof mede in aanmerking neemt dat de advocaat-generaal geen verweerschrift heeft uitgebracht, waarin een mogelijke wijziging van de omschrijving van de gedraging en de feitcode aan de orde is gesteld.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. Het tot zekerheid gestelde bedrag dient aan de betrokkene te worden gerestitueerd.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.