ECLI:NL:GHARL:2022:4276

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 mei 2022
Publicatiedatum
25 mei 2022
Zaaknummer
Wahv 200.292.839/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen snelheidssanctie bij prio 1-melding

De betrokkene werd gesanctioneerd voor een snelheidsovertreding van 37 km/u op de autosnelweg A2 op 9 mei 2020. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene tegen deze sanctie ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

De betrokkene stelde dat er wel een reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden, maar het hof oordeelde dat de ambtenaar tijdens het geven van het volgteken een prio 1-melding ontving, waardoor staandehouding niet mogelijk was. Een prio 1-melding is een melding met de hoogste prioriteit waarbij optische en geluidssignalen mogen worden gebruikt.

Het hof stelde vast dat de ambtenaar de snelheidsovertreding had geconstateerd voordat de prio 1-melding binnenkwam en dat het niet staande houden van de bestuurder gerechtvaardigd was vanwege de dringende aard van de melding. Het beroep werd daarom terecht ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het hof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.292.839/01
CJIB-nummer
: 233534572
Uitspraak d.d.
: 25 mei 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 9 maart 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 404,- voor: “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 37 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 mei 2020 om 20:49 uur op de A2 in Ouderkerk aan de Amstel met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat er een reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden, zodat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd. Een andere staandehouding is als zodanig geen reden af te zien van een staandehouding. De overwegingen van de kantonrechter omtrent de aard van een prio 1 melding vinden geen grondslag in het dossier en betreft evenmin informatie van algemene bekendheid. Verder valt niet in te zien waarom een ambtenaar bij een levensbedreigende situatie om 20:30 uur op een autosnelweg een boordsnelheidsmeting verricht.
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
4. In het zaakverzicht wordt als reden van het niet staandehouden van de bestuurder het volgende vermeld: “Tijdens geven volgteken aan bestuurder kreeg verbalisant een prio 1 melding en heb (het hof leest: ik) betrokkene niet gesproken. Verbalisant heeft telefonisch contact proberen te krijgen. Geen reactie.”
5. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de verklaring van de ambtenaar voldoende dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. De ambtenaar heeft niet afgezien van staandehouding omdat hij bezig was met andere staandehouding, maar omdat hij een prio 1 melding kreeg. Een prio 1 melding, het woord zegt het al, is een melding met de hoogste prioriteit is. Hierbij mag gebruik worden gemaakt van optische en geluidssignalen. Deze betekenis van prio 1 melding is naar het oordeel van het hof aan te merken als een feit van algemene bekendheid en kan dus, zonder dat de ambtenaar deze betekenis noemt, worden betrokken bij de beoordeling, zoals de kantonrechter heeft gedaan. Dat de ambtenaar ondanks deze melding toch een meting heeft verricht, laat zich verklaren doordat de ambtenaar deze melding pas kreeg tijdens het geven van het volgteken, dat wil zeggen nadat hij de meting had afgesloten en daarmee de gedraging had geconstateerd. De grond treft geen doel.
6. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
7. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.