ECLI:NL:GHARL:2022:4514
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schorsing ouderlijk gezag en voogdij over minderjarige met dubbele nationaliteit
Deze civiele zaak betreft een geschil over het ouderlijk gezag en voogdij over een minderjarige met dubbele Nederlandse en Amerikaanse nationaliteit, die sinds 2019 in Nederland verblijft bij haar pleegouders, oom en tante van vaderszijde. De biologische moeder is overleden in 2008, en de vader en stiefmoeder zijn sinds 2008 getrouwd en gezamenlijk gezagdragers.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om schorsing en beëindiging van het gezag van de ouders. De rechtbank Gelderland had op 15 maart 2021 de ouders geschorst in het gezag en de gecertificeerde instelling (GI) belast met voorlopige voogdij. Het hof vernietigt deze beschikking omdat de ouders reeds sinds 9 maart 2020 geschorst waren, en er nog geen definitieve beslissing op het verzoek tot gezagsbeëindiging is genomen.
De Hoge Raad heeft eerder bepaald dat de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek van de raad tot beëindiging van het gezag. Het hof bevestigt dat de voorlopige voogdijmaatregel voortduurt totdat een definitieve beslissing in kracht van gewijsde is genomen. Het hof wijst het verzoek van de raad tot schorsing af en bepaalt dat elke partij haar eigen proceskosten draagt. Het verzoek van de ouders tot vervanging van de GI wordt eveneens afgewezen vanwege de goede verstandhouding tussen minderjarige en voogd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de raad tot schorsing van het gezag af omdat het gezag reeds geschorst was.