Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
- dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] één keer per maand gedurende vier uur onder begeleiding omgang hebben met de vader; en
- dat naast voornoemde omgang tussen de vader en [de minderjarige2] nog een extra keer per maand (begeleide) omgang plaatsvindt op een woensdag gedurende drie uur.
6.De beslissing
- [de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben één keer per maand gedurende vier uur omgang met de vader onder begeleiding van een onafhankelijke organisatie;
- voor zover voldoende draagkracht voor uitbreiding van voornoemde omgang bij [de minderjarige1] aanwezig is, wordt deze omgang uitgebreid;
- naast voornoemde omgang vindt tussen de vader en [de minderjarige2] nog een extra keer per maand (begeleide) omgang plaats op een woensdag gedurende drie uur;
- deze afzonderlijke omgang tussen de vader en [de minderjarige2] wordt binnen een half jaar na heden uitgebreid naar een onbegeleide omgang van één dag per maand;
- de (verdere) uitbreiding van deze omgangsregelingen wordt qua duur, frequentie en invulling bepaald door de GI;