Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[verzoekster] ,
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van ouders tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van hun twee minderjarige kinderen door de gecertificeerde instelling (GI). De kinderen verblijven sinds mei 2021 bij hun meerderjarige halfzus en vertonen daar een positieve ontwikkeling.
De kinderrechter had de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing reeds verlengd tot 14 mei 2022. Het hof bevestigt dat de wettelijke vereisten voor verlenging zijn vervuld, waaronder de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen en het ontbreken van voldoende acceptatie van noodzakelijke zorg door de ouders.
De kinderen hebben traumatische ervaringen en volgen therapie, die zij vanuit hun huidige woonomgeving bij hun zus beter kunnen voortzetten. Het hof oordeelt dat terugplaatsing bij de ouders de positieve ontwikkeling en hulpverlening zou verstoren. De ouders stelden dat er onvoldoende onderzoek was gedaan en dat de maatregel in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en artikel 9 IVRK Pro, maar het hof acht de inmenging noodzakelijk en proportioneel.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en verlengt de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, waarbij het belang van de kinderen en hun veiligheid voorop staan.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen tot 14 mei 2022.