Uitspraak
Overwegingen:
Beslissing
[terbeschikkinggestelde].
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De terbeschikkinggestelde heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 4 januari 2022, waarin het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de TBS-maatregel met verpleging werd afgewezen. Het hof heeft het beroep behandeld op 19 mei 2022 en daarbij alle relevante stukken en aanvullende rapportages van de reclassering en kliniek betrokken.
De terbeschikkinggestelde stelde dat miscommunicatie de oorzaak was van de recente terugplaatsing in de kliniek en benadrukte dat dit niet had geleid tot delicten of terugval in middelengebruik. De kliniek en reclassering stelden echter dat de terugplaatsing het gevolg was van schending van begeleidingsafspraken en gebrek aan openheid, wat het recidiverisico verhoogt en een voorwaardelijke beëindiging niet verantwoord maakt.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep beperkt is tot de afwijzing van het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging en dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor aanvullend onderzoek. Gezien de ernst van de stoornis, het recidiverisico en de schending van voorwaarden, bevestigde het hof de beslissing van de rechtbank. De terbeschikkingstelling is inmiddels ruim zestien jaar van kracht en het belang van de maatschappij weegt zwaar, waardoor geen disproportionaliteit wordt aangenomen.
Het verzoek tot aanvullend onderzoek door psycholoog en psychiater werd afgewezen, evenals het verzoek om onderzoek naar mogelijkheden van voorwaardelijke beëindiging. De maatregel wordt verlengd en voortgezet zoals door de rechtbank bepaald.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de TBS-maatregel met verpleging.