ECLI:NL:GHARL:2022:470

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 januari 2022
Publicatiedatum
24 januari 2022
Zaaknummer
200.262.051/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:11 APV Sittard-GeleenArt. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen administratieve sanctie wegens parkeren in plantsoen gegrond verklaard

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het parkeren van een voertuig in een plantsoen volgens artikel 5:11 van Pro de APV van Sittard-Geleen. De betrokkene stelde dat de locatie deel uitmaakt van de openbare weg en niet van een park, plantsoen of groenstrook zoals bedoeld in de APV. De ambtenaar bevestigde dat het betreffende plantsoen deel uitmaakt van de openbare weg.

Het gerechtshof oordeelde dat de uitzondering in artikel 5:11 lid Pro 2a van de APV van toepassing is, waardoor de gedraging niet kan worden vastgesteld. Tevens werd een eerdere intrekking van een beschikking voor dezelfde gedraging op dezelfde locatie meegenomen.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de beschikking van de officier van justitie, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de door de betrokkene gestelde zekerheid wordt gerestitueerd. Daarnaast veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene ad €1.354,50.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de sanctiebeschikking wegens parkeren in een plantsoen wordt vernietigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.262.051/01
CJIB-nummer
: 215577799
Uitspraak d.d.
: 24 januari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 16 mei 2019, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd met stukken. Deze zijn doorgestuurd aan de gemachtigde.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “R406- voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 maart 2018 om 08:56 uur op de Bosweg in Geleen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat er geen sprake is van een park, plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook als bedoeld in artikel 5:11 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De ambtenaar verklaart ook dat de locatie deel uitmaakt van de openbare weg. De gedraging kan dan ook niet worden vastgesteld. Verder is eerder een beschikking door de advocaat-generaal ingetrokken voor dezelfde gedraging op dezelfde locatie. Deze sanctie kan daarom niet in stand blijven.
3. Artikel 5:11 van Pro de APV van de gemeente Sittard-Geleen luidt – voor zover hier van belang – als volgt:
“1. Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.
2. Dit verbod is niet van toepassing:
a. op de weg; (…)”
4. Het dossier bevat twee door de advocaat-generaal overgelegde aanvullende processen-verbaal waarin onder meer als volgt is verklaard:
“Ik zag dat het bovengenoemde voertuig in het plantsoen stond geparkeerd. Deze plaats maakt deel uit van de openbare weg en het is mij ambtshalve bekend dat dit tevens gemeentegrond is."
5. Indien al zou kunnen worden vastgesteld dat het voertuig stond geparkeerd op een plaats, genoemd in het eerste lid van artikel 5:11 van Pro de APV van de gemeente Sittard-Geleen, volgt uit hetgeen de ambtenaar in het aanvullend proces-verbaal heeft verklaard, namelijk dat het plantsoen waarin het voertuig stond deel uitmaakt van de openbare weg, dat de uitzondering bedoeld in het tweede lid onder a van de APV van toepassing is. Gelet hierop kan de gedraging niet worden vastgesteld. Het hof zal derhalve als volgt beslissen.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en het geven van een nadere toelichting dienen in totaal 3,5 punt te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.354,50 (= 1,5 x € 541,- + 2,5 x € 759,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van in totaal € 1.354,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om het arrest te ondertekenen.