Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van een vader tegen de ontzegging van zijn omgangsrecht met zijn minderjarige kind, zoals eerder door de rechtbank Noord-Nederland was bepaald. De vader verzocht om vernietiging van deze beschikking en het afwijzen van het verzoek van de moeder.
Het hof vroeg de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek naar de behandeling van het kind en de wenselijkheid van een helend gesprek tussen vader en kind. Uit het rapport bleek dat het kind in de periode augustus 2019 tot juni 2020 een behandeling had gevolgd, waarbij geen ruimte was voor contactherstel met de vader. Het kind gaf duidelijk aan niet open te staan voor een gesprek en wilde dit hoofdstuk afsluiten vanwege gevoelens van angst.
De Raad en het hof oordeelden dat het afdwingen van een gesprek het kind zou belasten en niet in zijn belang is. De vader betwistte dit en vroeg om een mondelinge toelichting, maar het hof zag hier geen aanleiding toe. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking en ontzegde de vader het omgangsrecht met het kind definitief.
Uitkomst: De ontzegging van het omgangsrecht van de vader met zijn minderjarige kind wordt bekrachtigd.