ECLI:NL:GHARL:2022:4834
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuursrechtelijke sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs bebording
De betrokkene kreeg een sanctie van €140 opgelegd voor het rijden over een trottoir, vastgesteld door een ambtenaar op locatie. De betrokkene stelde dat hij over de trambaan reed waar geen bord G7 aanwezig is, onderbouwd met foto’s. Het hof oordeelt dat de aanwezigheid van het bord onvoldoende vaststaat, waardoor de sanctiebeschikking niet kan blijven staan.
De kantonrechter had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard, maar het hof vernietigt deze beslissing en verklaart het beroep gegrond. Het hof acht het bewijs onvoldoende omdat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de betrokkene op een bord G7-aangeduid voetpad reed.
Daarnaast veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, omdat het beroep gegrond wordt verklaard. Het arrest is gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de aanwezigheid van bord G7.