ECLI:NL:GHARL:2022:5031

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 juni 2022
Publicatiedatum
16 juni 2022
Zaaknummer
Wahv 200.294.775/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor snelheidsovertreding binnen bebouwde kom ondanks betwisting bebording

De betrokkene werd beboet voor het overschrijden van de maximumsnelheid van 50 km/h binnen de bebouwde kom op de N377 Hoofdweg te De Krim. De betrokkene betwistte de aanwezigheid van het bord H1 dat de bebouwde kom aanduidt, maar kon de exacte route onvoldoende specificeren om het ontbreken van bebording aannemelijk te maken.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het gerechtshof bevestigde deze beslissing na hoger beroep. Het hof oordeelde dat het niet noodzakelijk is dat alle borden worden vastgesteld, maar dat de betrokkene moet aangeven welke route is gereden om te bepalen of de bebording aanwezig was.

Omdat de betrokkene dit niet voldoende had gedaan en de verklaring van de ambtenaar dat de overtreding binnen de bebouwde kom plaatsvond niet werd betwist, werd het beroep verworpen. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €194,- voor snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.294.775/01
CJIB-nummer
: 232074888
Uitspraak d.d.
: 16 juni 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 8 april 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd
van € 194,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 20 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 februari 2020 om 11:30 uur op de N377 Hoofdweg in De Krim met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene zich niet kan heugen dat hij langs een binnen de bebouwde kom geplaatst bord H1 is gereden. De route die de betrokkene heeft gereden is duidelijk, namelijk via De Krim. Er bevonden zich aanvankelijk ook geen schouwrapporten in het dossier waaruit blijkt dat de bebording ter plaatse is gecontroleerd. Het is gemachtigde in een ander zaak gebleken dat het vaker gebeurt dat plaatsnaamborden verdwijnen.
3. De betrokkene wordt verweten te hebben gehandeld in strijd met artikel 20, aanhef en onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 dat bepaalt dat de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 50 km/h bedraagt. De bebouwde kom wordt aangeduid met de borden H1. Bij de bebouwde kom worden de grenzen daarvan door middel van meerdere verkeersborden aangegeven. Iedere voor motorvoertuigen openstaande toegangsweg waarlangs de bebouwde kom kan worden bereikt, moet van een bord H1 zijn voorzien. Het kan daarbij gaan om een aanzienlijk aantal verkeersborden. Om te kunnen vaststellen dat de gedraging, waarvoor de vaststelling dat deze heeft plaats gehad in de bebouwde kom van belang is, is verricht, is niet noodzakelijk dat de aanwezigheid van alle borden wordt vastgesteld. Voldoende is dat de toegangsweg waarlangs de bestuurder van het voertuig de bebouwde kom is ingereden, van een deugdelijk bord is voorzien. Dit uitgangspunt brengt mee dat een betrokkene die stelt dat deugdelijke bebording ontbrak, moet aangeven welke route de bestuurder heeft afgelegd om zijn bestemming te bereiken (vgl. ov. 8 van het arrest van het hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803). De gemachtigde heeft dit niet, althans onvoldoende gedaan. De mededeling dat de betrokkene via De Krim is gereden, is te onbepaald. Er is daarom geen reden te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat de gedraging plaatsvond binnen de bebouwde kom en dat de toegestane snelheid 50 km/h bedroeg (vgl. overweging 8 van het arrest van het hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803).
4. Het bezwaar treft geen doel. Hetgeen de gemachtigde in reactie op het verweerschrift naar voren heeft gebracht behoeft geen bespreking. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
5. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.