ECLI:NL:GHARL:2022:5180
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over betalingen en ontbinding van tegelwerkzaamheden
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of appellant nog betalingen verschuldigd is aan geïntimeerde voor tegelwerkzaamheden die door laatstgenoemde als onderaannemer zijn verricht. De kantonrechter had appellant veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 9.015 plus rente, maar hield geen rekening met eerdere betalingen van appellant.
In hoger beroep vordert appellant terugbetaling van een deel van de reeds betaalde som, terwijl geïntimeerde extra betalingen eist. Het hof concludeert dat appellant nog geld tegoed heeft van geïntimeerde vanwege tekortkomingen in het werk die ontbinding van overeenkomsten rechtvaardigen.
Het hof stelt vast dat geïntimeerde onvoldoende heeft onderbouwd dat het werk gebrekenvrij was en dat appellant tijdig en gemotiveerd heeft geklaagd. Ook is de hersteltermijn van zeven werkdagen voldoende geacht. De eerdere betaling van € 9.492,41 door appellant overstijgt het verschuldigde bedrag, zodat geïntimeerde wordt veroordeeld tot terugbetaling van het verschil met rente.
De proceskosten worden gecompenseerd omdat beide partijen deels in het ongelijk worden gesteld. Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Geïntimeerde moet appellant een bedrag van €5.862,41 terugbetalen met rente, en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.