ECLI:NL:GHARL:2022:5204
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij non-concurrentiebeding
Disq Mobile Gym Nederland B.V. verkocht fitnessapparaten genaamd Disq, die werden gekocht van DMG International. In 2018 sloten aandeelhouders van DMG Nederland een non-concurrentiebeding dat ook na beëindiging van het aandeelhouderschap gold. DMG Nederland kocht eind 2018 een groot aantal Disq’s van DMG International, waarvan de koopprijs slechts gedeeltelijk was voldaan. Een indirect bestuurder, A, sloot namens DMG Nederland een geldleningsovereenkomst met DMG International en verstrekte een pandrecht op bedrijfsinventaris en voorraad. Later werden circa 8.500 Disq’s executoriaal verkocht aan Schuboek B.V., waarvan de vader van A bestuurder was. DMG Nederland werd in juni 2020 failliet verklaard.
De curator stelde dat A niet bevoegd was de geldleningsovereenkomst en pandakte te sluiten en vernietigde deze op grond van faillissementspauliana. Tevens vorderde zij in kort geding onder meer informatie over de Disq’s en een verbod op concurrerende activiteiten van DMG Holding c.s. Deze vorderingen werden toegewezen. DMG Holding c.s. ging in hoger beroep tegen het non-concurrentiebeding en de proceskostenveroordeling, maar niet tegen de veroordeling tot afgifte van de Disq’s en informatie daarover.
Het hof constateerde dat het non-concurrentiebeding per 10 juli 2021 was geëindigd en dat DMG Holding c.s. geen belang meer had bij vernietiging van het bevel. Ook het FIOD-onderzoek betrof strafbare feiten rondom de verkoop van de Disq’s en niet het non-concurrentiebeding. Het hoger beroep faalde en het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd. DMG Holding c.s. werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep en nakosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van DMG Holding c.s. wordt afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd.