De man en vrouw zijn in 2011 gescheiden met afspraken over kinderalimentatie gebaseerd op het toenmalige inkomen van de man van circa €5.100 netto per maand. De man verzocht de rechtbank om de kinderalimentatie nihil te stellen wegens ontslag per 30 juni 2020 en een lager inkomen door een eigen onderneming die nog niet rendeert.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de man in hoger beroep ging. Het hof oordeelde dat de man zijn ontslag niet had aangevochten om zijn ontslagvergoeding niet te verliezen en dat hij gedurende achttien maanden een werkloosheidsuitkering had kunnen ontvangen die hoger was dan het overeengekomen inkomen, maar dit niet deed vanwege zijn keuze voor een eigen bedrijf. Het hof achtte het inkomensverlies daarom niet voor rekening van de kinderen.
De vrouw had een hoger inkomen dan in 2011, wat ook in aanmerking werd genomen. Na een draagkrachtberekening en zorgkorting stelde het hof de kinderalimentatie vast op €291 per kind per maand vanaf 9 september 2020. De vrouw hoeft teveel ontvangen alimentatie niet terug te betalen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.