Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader (via Teams) met zijn advocaat, en
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
3.De feiten
- [de minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vader in [plaats2] ;
- [de minderjarige] verblijft om de week een weekend bij de moeder in [woonplaats2] . In onderling overleg kan ook besloten worden dat [de minderjarige] vaker naar de moeder gaat, als de moeder en [de minderjarige] daar behoefte aan hebben;
- De verdeling van de schoolvakanties wordt in onderling overleg bepaald op basis van de omstandigheden van dat moment;
- De ouders zullen elkaar over en weer op de hoogte houden van de actuele woon- en verblijfplaats van [de minderjarige] .
- het gezamenlijk gezag van de ouders over [de minderjarige] beëindigd en bepaald dat de moeder alleen het gezag over [de minderjarige] heeft;
- als voorlopige omgangsregeling vastgesteld dat – vanaf het moment dat de vader en [de minderjarige] terug zijn in Nederland – [de minderjarige] minimaal één keer per week omgang heeft met de vader onder begeleiding van [naam1] , waarbij de aard, de frequentie, de duur van de contacten en de wijze van begeleiden wordt bepaald door [naam1] .