Verzoekster heeft bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren Dam, Van Lookeren Campagne en Van Gorkom die haar strafzaak behandelen. Zij stelde dat er sprake was van een vertrouwensbreuk met haar advocaat en dat het hof haar verzoek tot aanhouding had afgewezen, waardoor zij geen eerlijk proces zou krijgen.
De wrakingskamer heeft het verzoek tijdig ontvangen en beoordeeld. Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat het hof een belangenafweging had gemaakt tussen het belang van verzoekster en het belang van een voortvarende rechtspleging. De beslissing om de zaak aan te houden tot 24 juni 2022 was een procesbeslissing zonder uitzonderlijke omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsmiddel niet mag worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen onwelgevallige procesbeslissingen. Ook was er geen sprake van misbruik van de wrakingsprocedure. Verzoekster had de mogelijkheid tot uitstel gekregen, maar had dit niet geaccepteerd. Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen.
De zaak betreft de Eurocommerce strafprocedure die al 5,5 jaar in hoger beroep is, met verwevenheid tussen meerdere medeverdachten. De behandeling was in overleg met de verdediging gepland en verzoekster had tijdens de procedure van advocaat gewisseld. De wrakingskamer heeft de belangen van een voortvarende rechtspleging en de juridische bijstand van verzoekster zorgvuldig afgewogen.
De beslissing is op 23 juni 2022 uitgesproken door de wrakingskamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.