Verzoekster, geboren in 1985, stond sinds 2016 onder bewind wegens verkwisting en problematische schulden. De kantonrechter wees haar verzoek tot opheffing van het bewind af. In hoger beroep betoogt verzoekster dat zij naast een bevroren studieschuld geen problematische schulden meer heeft en haar schulden mogelijk worden kwijtgescholden vanwege de toeslagenaffaire.
De bewindvoerder stelde dat het te vroeg is voor opheffing en dat eerst moet worden onderzocht of verzoekster als gedupeerde wordt erkend en in aanmerking komt voor een schuldenregeling. Het hof constateert dat verzoekster geen grote schulden meer heeft, haar maandgeld goed beheert en zelf initiatieven neemt om haar financiële situatie te verbeteren.
De vrees van de bewindvoerder dat het verkeerd zal gaan, is onvoldoende om het bewind te handhaven. De intentie van verzoekster om een telefoon op afbetaling te kopen vormt geen reden tot voortzetting. Het hof oordeelt dat de noodzaak van het bewind is komen te vervallen en beveelt opheffing per 1 september 2022, zodat de bewindvoerder zijn werkzaamheden kan afronden.