ECLI:NL:GHARL:2022:5641

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 juli 2022
Publicatiedatum
4 juli 2022
Zaaknummer
Wahv 200.285.752/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
  • Beswerda
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid, Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden

De betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 10 april 2019 in Maastricht. De kantonrechter wees het beroep van de betrokkene tegen deze boete af. De betrokkene stelde in hoger beroep dat de ambtenaar niet duidelijk had gemaakt hoe hij het voorwerp als een mobiele telefoon had herkend, mede omdat een andere ambtenaar de waarneming had gedaan.

Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar die de staandehouding verrichtte niet als juist kon worden aangenomen omdat deze niet zelf de waarneming had gedaan. Desondanks was er voldoende bewijs dat de betrokkene tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp vasthield. De betrokkene gaf geen verklaring die aanleiding gaf tot nader onderzoek naar de aard van het voorwerp.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De boete van €240,- blijft van kracht omdat de gedraging voldoende is vastgesteld.

Uitkomst: De boete van €240,- voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.285.752/01
CJIB-nummer
: 224867861
Uitspraak d.d.
: 4 juli 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 8 oktober 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor:
“als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 april 2019 om 17.28 uur op de Meerssenerweg in Maastricht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging en voert aan dat de ambtenaar niet heeft aangegeven hoe hij de telefoon heeft herkend als het op een telefoon gelijkend voorwerp dat hij tijdens het rijden heeft gezien. De betrokkene heeft inderdaad zijn telefoon laten zien, maar dat is omdat de ambtenaar daar om vroeg. De ambtenaar had concreet moeten aangeven wat hij tijdens het rijden heeft gezien en wat de overeenkomsten waren. Daarnaast zijn er twee ambtenaren bij deze zaak betrokken. Over de werkwijze hebben zij niets toegelicht, terwijl dit wel van belang is voor de vaststelling van de juistheid van de waarneming. De gemachtigde heeft in dit verband gewezen op een uitspraak van de kantonrechter in de rechtbank Limburg van 20 december 2019. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met zijn rechterhand vasthield.
Bij staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof die ik herkende als het apparaat dat de bestuurder rijdend heeft vastgehouden. Het betrof een mobiele telefoon van het merk: Iphone zilverkleurig. Rechterhand. (…)
Naam van ambtenaar 1: [naam1] (…)
Naam van ambtenaar 2: [naam2] (…)
Opmerkingen van ambtenaar 1: (…) Waarnemer verbalisant [naam2] . (…)
Verklaring betrokkene: geen.”
5. In een situatie als deze, waarin de ambtenaar die de gedraging waarneemt een ander is dan de ambtenaar die de staandehouding verricht, kan de verklaring in het zaakoverzicht dat de ambtenaar bij staandehouding zag dat het een mobiele telefoon betrof die hij herkende als het apparaat dat de bestuurder rijdend heeft vastgehouden, zonder nadere toelichting niet als juist worden aangemerkt en daarmee niet bijdragen aan de vaststelling van de gedraging. Herkennen veronderstelt dat de ambtenaar reeds eerder kennis heeft genomen van de bijzonderheden van het voorwerp en aan de hand van die bijzonderheden de overeenkomst kan bepalen met de mobiele telefoon die hij bij de staandehouding aantreft. Dat daarvan hier sprake is, blijkt niet uit de gegevens in het dossier.
6. Dit brengt evenwel niet mee dat gedraging hier niet kan worden vastgesteld. Uit het zaakoverzicht volgt dat ambtenaar [naam2] heeft gezien dat de bestuurder van het voertuig, die later bleek te zijn de betrokkene, tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp heeft vastgehouden met zijn rechterhand. Uit het zaakoverzicht blijkt verder niet dat de betrokkene bij de staandehouding een verklaring heeft afgelegd die noopte tot onderzoek naar de vraag of het voorwerp dat hij volgens ambtenaar [naam2] tijdens het rijden had vast gehouden, wel een mobiele telefoon betrof. Het hof ziet in deze zaak in het enkele, algemeen verwoorde, verweer dat de gedraging wordt betwist geen aanleiding voor twijfel dat het voorwerp dat de ambtenaar de bestuurder van het voertuig (de betrokkene) tijdens het rijden heeft zien vasthouden, een mobiele telefoon was.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schuijlenburg, Beswerda en Wijma, in tegenwoordigheid van
mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.