Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde2] ,
1.De procedure bij de rechtbank
2.Het geding in hoger beroep
3.De motivering van de beslissing
4.De beslissing
16 augustus 2022voor memorie van grieven;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De Gemeente Nijmegen is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis waarin een koopovereenkomst tussen Vleeshandel [naam1] en Import Export Pieba B.V. nietig werd verklaard en de bestuurdersaansprakelijkheidsvorderingen tegen [geïntimeerden] werden afgewezen. De Gemeente had conservatoir beslag gelegd op vermogensbestanddelen en wilde de roldatum vervroegen om haar verhaalsmogelijkheden te vergroten en de zaak sneller te behandelen.
[geïntimeerden] maakten bezwaar tegen de vervroeging en tegen de rolvoeging met het hoger beroep van Pieba, stellende dat eerst de hoofdzaak moest worden afgewacht en dat de proceseconomie niet gebaat was bij vervroeging. Het hof oordeelde dat alleen een gedaagde/geïntimeerde op grond van artikel 126 Rv Pro een vervroeging kan afdwingen, maar dat de Gemeente een gerechtvaardigd belang had bij vervroeging.
Het hof verwierp de bezwaren van [geïntimeerden] en stond de vervroeging toe. Tevens werd de rolvoeging met het hoger beroep van Pieba toegewezen om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen en het procesverloop te stroomlijnen. De zaak werd verwezen naar de rol voor memorie van grieven en verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: Het hof staat de vervroeging van de roldatum toe en voegt de zaken samen voor een efficiënte behandeling.