In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een minderjarige en zijn vader centraal. De vader is in hoger beroep gegaan tegen een beschikking van de kinderrechter die een begeleide omgang van twee uur per twee weken op een neutrale locatie vaststelde. De vader verzoekt om uitbreiding van de omgang, inclusief verblijf bij hem thuis.
De moeder verzet zich tegen uitbreiding vanwege zorgen over de veiligheid, de woonomgeving en het drugsgebruik van de vader. Het hof overweegt dat de huidige regeling goed verloopt, maar dat er onvoldoende informatie is over de veiligheid en woonomstandigheden bij de vader. Ook spelen de angsten en boosheid van de moeder een rol.
Het hof acht een nader raadsonderzoek noodzakelijk om te bepalen welke omgangsregeling het beste is voor het belang van de minderjarige. In afwachting daarvan blijft de huidige regeling van kracht, met minimaal drie begeleide ontmoetingen bij de vader thuis om de situatie beter te kunnen beoordelen.