ECLI:NL:GHARL:2022:573

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 januari 2022
Publicatiedatum
26 januari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.264.490/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden

De betrokkene kreeg een sanctie van €230 opgelegd voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op de A12 in Zoetermeer op 5 juni 2018. Zij stelde echter dat zij geen telefoon, maar een pasjeshouder vasthield, wat zij ook aan de ambtenaar had gemeld. Deze verklaring leidde niet tot nadere vragen aan de ambtenaar, terwijl het hof oordeelde dat dit wel had moeten gebeuren.

De ambtenaar had verklaard dat hij een op een telefoon gelijkend voorwerp zag en bij staandehouding een mobiele telefoon constateerde, maar gaf geen nadere details over het voorwerp. Het hof vond dat hierdoor twijfel bestaat of de gedraging daadwerkelijk is verricht en dat de sanctiebeschikking daarom niet in stand kan blijven.

Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie. Tevens veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene ter hoogte van €1354,50.

Uitkomst: De sanctiebeschikking voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.264.490/01
CJIB-nummer
: 217498424
Uitspraak d.d.
: 26 januari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 2 juli 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op
5 juni 2018 om 20:45 uur op de A12 in Zoetermeer met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Volgens de gemachtigde dient getwijfeld te worden aan de verklaring van de ambtenaar. De betrokkene hield geen mobiele telefoon, maar een pasjeshouder vast. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt niet dat hij het voorwerp dat hem na staandehouding is getoond, herkende als het voorwerp dat hij tijdens het rijden van betrokkene heeft gezien en ook is geen extra informatie omtrent de telefoon genoteerd, zoals een merk. De betrokkene heeft een en ander bij de ambtenaar gemeld en heeft dit verweer van meet af aan gevoerd.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof. De wijze van vasthouden bestond uit: met beide (het hof begrijpt: handen) vasthouden tegen het stuur aan. (…)
Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)
Verklaring betrokkene: geen verklaring.”
5. Bij het beroepschrift tegen de inleidende beschikking is een op 27 juni 2018 gedateerde handgeschreven verklaring van de betrokkene gevoegd. Daarin stelt zij dat op het moment dat de politie haar passeerde zij haar pasjeshouder in haar hand had. De betrokkene stelt verder dat zij kan begrijpen dat dit op een mobiel leek maar dat dit geen mobiel was. Zij heeft dit aan de agent uitgelegd en laten zien. Hier was een meningsverschil over. De sanctie is haar ten onrechte opgelegd.
6. Deze verklaring had naar het oordeel van het hof aanleiding moeten zijn om bij de ambtenaar nadere informatie in te winnen omtrent de vraag of de betrokkene bij de staandehouding, voorafgaand aan het geven van de cautie, heeft meegedeeld dat zij niet een mobiele telefoon maar een pasjeshouder had vastgehouden en zo ja of de ambtenaar dit heeft gecontroleerd en wat zijn bevindingen toen waren.
7. Het hof zal in deze fase van de procedure, ook in aanmerking genomen de datum van de gedraging, de advocaat-generaal niet alsnog verzoeken om deze ontbrekende informatie. Bij deze stand van zaken kan niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Het hof zal als volgt beslissen.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en het geven van een nadere toelichting dienen in totaal 3,5 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1354,50 (1,5 x € 541,- x 0,5 + 2,5 x € 759,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1354,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Lageveen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om dit arrest te ondertekenen.