De betrokkene kreeg een sanctie van €230 opgelegd voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op de A12 in Zoetermeer op 5 juni 2018. Zij stelde echter dat zij geen telefoon, maar een pasjeshouder vasthield, wat zij ook aan de ambtenaar had gemeld. Deze verklaring leidde niet tot nadere vragen aan de ambtenaar, terwijl het hof oordeelde dat dit wel had moeten gebeuren.
De ambtenaar had verklaard dat hij een op een telefoon gelijkend voorwerp zag en bij staandehouding een mobiele telefoon constateerde, maar gaf geen nadere details over het voorwerp. Het hof vond dat hierdoor twijfel bestaat of de gedraging daadwerkelijk is verricht en dat de sanctiebeschikking daarom niet in stand kan blijven.
Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie. Tevens veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene ter hoogte van €1354,50.