Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
Vrijspraak
“een hand gaat achter de rug. In een hoek van 90 graden stond de arm. Ik hield met een hand zijn bovenarm vast en met de andere hand zijn pols.”Aangever heeft tijdens het lopen gezegd pijn te ondervinden en heeft verklaard gemerkt te hebben dat verdachte zijn greep aan de rechterarm versoepelde.
Ter plaatse gekomen zag ik dat een manspersoon voorover gebogen stond en met zijn handen op zijn rug vast werd gehouden door twee andere mannen, tevens stond er nog een derde man bij.