ECLI:NL:GHARL:2022:5794

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 juli 2022
Publicatiedatum
7 juli 2022
Zaaknummer
Wahv 200.298.047/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor negeren verkeersbord D4 ondanks wegwerkzaamheden en verkeersdrukte

De betrokkene kreeg een boete van €95 opgelegd wegens het negeren van het verkeersbord D4 dat het volgen van een aangegeven rijrichting voorschrijft. Dit gebeurde op 15 juni 2020 op de Oude Twentseweg in Lemelerveld. De betrokkene voerde aan dat hij vanwege wegwerkzaamheden en verkeersdrukte niet anders kon dan afwijken van de regels om gevaarlijke situaties te voorkomen.

De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. Het hof overweegt dat klachten over de handelwijze van de agent buiten deze procedure vallen en dat de rechter alleen kan beoordelen of de sanctie terecht is opgelegd. De betrokkene erkent het bord te hebben genegeerd.

Het hof oordeelt dat weggebruikers rekening moeten houden met wegwerkzaamheden en de daaruit voortvloeiende vertragingen. Afwijken van verkeersregels naar eigen inzicht is niet toegestaan, ook niet bij verkeersdrukte. Het feit dat er geen gevaar of hinder werd veroorzaakt, leidt niet tot matiging of achterwege laten van de sanctie. Daarom bevestigt het hof de beslissing van de kantonrechter.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €95 voor het negeren van het verkeersbord D4 ondanks verkeersdrukte en wegwerkzaamheden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.298.047/01
CJIB-nummer
: 234240357
Uitspraak d.d.
: 7 juli 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 3 juni 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “rijden in strijd met gebod tot het volgen van aangegeven rijrichting: D4.” Deze gedraging zou zijn verricht op 15 juni 2020 om 11:27 uur op de Oude Twentseweg in Lemelerveld met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat kantonrechter zijn beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard en de situatie slechts theoretisch heeft benaderd. De rechtspraak in Nederland is helemaal vervreemd van het dagelijks leven. De betrokkene is accountmanager, rijdt ongeveer 70.000 km/jaar en maakt regelmatig verkeerssituaties mee die vergen dat je handelt. Dan kun je de verkeersregels niet volgen. Zo ook in dit geval. Bij Lemelerveld vonden werkzaamheden aan of bij de weg plaats. Steeds op een andere plek. Op 15 juni 2020 stond er iemand die het verkeer een andere kant op stuurde omdat rechtdoor geen optie was. Een omleidingsroute werd niet aangegeven. Zo kwam de betrokkene op een weg vol zoekend verkeer: tractoren, melkwagen, bestuurders met caravan. Met name die laatsten zorgden voor gevaarlijke situaties. De weg waar zij naartoe werden geleid was niet geschikt voor zoveel (grote)voertuigen. Alles stond vast en niemand kon meer een kant op. De betrokkene besloot daarom toch af te slaan om erger te voorkomen. Hij heeft daarmee lang gewacht, kon de weg goed overzien en was meer dan 100% zeker dat hij veilig kon afslaan naar links. De agent die hem staande hield had ook geconstateerd dat het verkeer op de weg waarop zij reden niet lekker liep. In plaats van het verkeer te regelen, besloot deze agent de betrokkene te ‘bekeuren.’ De wijze waarop de agent hem volgde, een stopteken gaf en meteen aankondigde dat hij een bon kreeg, vond de betrokkene intimiderend en over de top. De betrokkene kreeg tijdens de zitting bij de kantonrechter geen ruimte om hierop in te gaan.
3. Het hof stelt voorop dat klachten over de handelwijze van een ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd buiten de reikwijdte van deze procedure vallen. Dat brengt mee dat de rechter op de zitting waarop het beroep wordt behandeld geen aandacht aan die klachten hoeft te schenken. Met deze klachten kan de betrokkene zich, als hij dat wenst, wel wenden tot de korpschef van het korps waarvan de ambtenaar deel uitmaakt.
4. De rechter kan in deze procedure slechts beoordelen of aan de betrokkene terecht een sanctie is opgelegd in het kader van de Wahv en of er redenen zijn om een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de opgelegde sanctie te matigen. Gelet op hetgeen is aangevoerd dient het hof te beoordelen of daarvan sprake is. Het hof gaat voorbij aan twee andere verkeerssituaties die de betrokkene heeft genoemd waarin hij stelt aan de verkeersregels voorbij te hebben moeten gaan. Die situaties zijn niet van belang voor de beoordeling van deze zaak.
5. De betrokkene erkent bord D4 te hebben genegeerd en linksaf te zijn geslagen in plaats van rechtdoor te zijn gereden. Het is een gegeven dat er vaak op of aan wegen wordt gewerkt en al komt dat nooit gelegen, weggebruikers dienen daar rekening mee te houden. Wordt er aan een weg gewerkt en krijgt het verkeer, zoals de betrokkene stelt, de instructie een minder grote weg op te rijden, dan leidt dat ongeacht de drukte op die weg tot vertraging. Dat is vervelend voor alle gebruikers van die weg, niet alleen voor de betrokkene die kennelijk uit hoofde van zijn werk ter plaatse reed. Het hof deelt niet de visie van de betrokkene dat het hem vrij stond naar eigen inzicht van de verkeersregels af te wijken. De gevolgen van de omstandigheid dat de betrokkene er om hem moverende reden voor heeft gekozen dat wel te doen en bord D4 te negeren, dienen voor zijn rekening te blijven. Dat de betrokkene daarbij geen gevaar of hinder voor het overige verkeer heeft veroorzaakt - wat daar verder ook van zij -, is ook geen omstandigheid die aanleiding geeft de sanctie achterwege te laten.
6. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter juist beslist. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.