In hoger beroep tegen een veroordeling voor woninginbraak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken. De zaak betrof het wegnemen van een computer, tablets en spaarboekjes uit een woning in Tollebeek.
De bewijsvoering was voornamelijk gebaseerd op de herkenning van verdachte door twee agenten op camerabeelden. Hoewel deze agenten verdachte van eerdere gelegenheden kenden en hem herkenden aan lichaamskenmerken, kon het hof niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de persoon op de beelden daadwerkelijk verdachte was. Dit vanwege onder meer verschillen in huidskleur en het feit dat het gezicht op de beelden niet volledig zichtbaar was.
De verdediging stelde dat de herkenningen niet betrouwbaar waren omdat zij niet overeenkwamen met het signalement van verdachte. Het hof volgde dit standpunt en oordeelde dat de bewijsvoering onvoldoende was om de tenlastelegging buiten redelijke twijfel te bewijzen.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte niet schuldig werd bevonden. Het openbaar ministerie werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging. De kosten van de procedure worden door partijen zelf gedragen.