Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader waren gezamenlijk belast met het gezag over hun in 2009 geboren dochter, die sinds 2019 met een machtiging uit huis is geplaatst in een gezinshuis. De raad verzocht de rechtbank het gezag van de ouders te beëindigen en de gecertificeerde instelling tot voogd te benoemen. De rechtbank gaf hieraan gehoor, waarna de moeder in hoger beroep ging met twee grieven en tevens een verzoek tot nader onderzoek op grond van artikel 810a Rv indiende.
Het hof overwoog dat het belang van de minderjarige voorop staat en dat zij sinds haar plaatsing in het gezinshuis een positieve ontwikkeling doormaakt, maar dat zij ernstig in haar ontwikkeling werd bedreigd bij de moeder. Uit rapporten bleek dat de moeder beperkte cognitieve vermogens en stemmingsproblemen heeft, onvoldoende pedagogische vaardigheden bezit en niet in staat is om de minderjarige binnen een aanvaardbare termijn op te voeden. De moeder erkent de problematiek van het kind onvoldoende en is niet leerbaar gebleken.
Het verzoek van de moeder tot nader onderzoek werd afgewezen vanwege het belang van de minderjarige bij rust, continuïteit en duidelijkheid over haar perspectief. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank die het gezag van de moeder beëindigde en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemde, en wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder en wijst het verzoek tot nader onderzoek af.