Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[de moeder] (de moeder),
[de oom](de oom) en
[de tante](de tante),
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De minderjarige, geboren in 2006 te Curaçao, woont sinds januari 2021 bij haar oom en tante in Nederland, terwijl haar moeder op Curaçao verblijft. De moeder heeft het ouderlijk gezag, maar is door financiële en praktische omstandigheden niet in staat dit op afstand uit te oefenen. De tante was eerder al tijdelijk voogd geweest.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om de tante opnieuw als (tijdelijke) voogd te benoemen, maar de rechtbank wees dit verzoek af. In hoger beroep vernietigt het hof deze beschikking en wijst het verzoek toe. Het hof baseert zich op artikel 1:253q en 1:253r BW en de Voogdijregeling tussen Nederland en de Nederlandse Antillen.
Het hof stelt vast dat de moeder onvoldoende middelen en mogelijkheden heeft om haar gezag uit te oefenen en dat het in het belang van het kind is dat de tante de voogdij krijgt. De feitelijke situatie waarin de tante en oom de verzorging en opvoeding van de minderjarige op zich hebben genomen, wordt hiermee juridisch erkend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De tante wordt benoemd tot (tijdelijke) voogd over de minderjarige.