ECLI:NL:GHARL:2022:6302

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 juli 2022
Publicatiedatum
21 juli 2022
Zaaknummer
Wahv 200.297.745/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Artikel 11 WahvArtikel 2, derde lid Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens twijfel aan bevoegdheid APV-controleur

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het rijden in strijd met het gebod tot het volgen van de aangegeven rijrichting op 9 juni 2020. De betrokkene betwistte de bevoegdheid van de ambtenaar, een APV-controleur, die de sanctie oplegde. Het hof stelde vast dat de overtreding betrekking had op het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en niet op een algemene plaatselijke verordening, waardoor twijfel ontstond over de bevoegdheid van de ambtenaar.

Het hof besloot de sanctiebeschikking te vernietigen en zag af van het verzoek om aanvullende informatie van de advocaat-generaal. Tevens werden de proceskosten van de betrokkene toegewezen, waarbij een bedrag van €1.164,75 werd vastgesteld. De beslissing van de kantonrechter werd eveneens vernietigd en het beroep van de betrokkene gegrond verklaard.

Deze uitspraak benadrukt het belang van een juiste bevoegdheidsgrondslag bij het opleggen van bestuursrechtelijke sancties en bevestigt dat een ambtenaar niet bevoegd is een sanctie op te leggen voor overtredingen buiten zijn domein.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens twijfel aan de bevoegdheid van de ambtenaar en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.297.745/01
CJIB-nummer
: 234335209
Uitspraak d.d.
: 21 juli 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 16 april 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “Rijden in strijd met gebod tot het volgen van aangegeven rijrichting, D4”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 juni 2020 om 15:44 uur op de Niesakkerweg in Nederweert-Eind met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist onder meer de bevoegdheid van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd, omdat uit de rangomschrijving als vermeld in het zaakoverzicht, APV controleur, niet blijkt in welk domein de ambtenaar werkzaam is.
3. Volgens het zaakoverzicht is de sanctie opgelegd door Stribos, die is beëdigd als APV-controleur. De onderhavige gedraging betreft echter een overtreding van artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, in samenhang met bord D4, en niet van een algemene plaatselijk verordening (APV). Gelet hierop bestaat bij het hof gerede twijfel of Stribos bevoegd was om de sanctie op te leggen. Het hof ziet, gelet op de fase van de procedure en in aanmerking genomen dat de advocaat-generaal in de gelegenheid is gesteld een verweerschrift in te dienen, ervan af om thans nog de advocaat-generaal te verzoeken om aanvullende informatie in het geding te brengen. Dit brengt mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
4. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.164,75 (=1,5 x € 541 x 0,5 + 2 x € 759 x 0,5).
5. Een en ander leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.164,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.