Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de machtigingen tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen, waarvan twee in een gezinshuis verblijven en één in een kamervoorziening. De moeder van twee kinderen woont in Nigeria, de moeder van het derde kind is overleden. De kinderen staan sinds januari 2020 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI).
De vader betwistte de uithuisplaatsing van twee kinderen en het gezamenlijk verblijf van de kinderen in een pleegzorgvoorziening. Het hof oordeelde dat de kinderrechter terecht de uithuisplaatsing had bevolen vanwege de langdurige fysieke en emotionele afwezigheid van de vader, de onveilige thuissituatie door geweldsincidenten en het gebrek aan verbetering ondanks hulpverlening.
Het hof constateerde dat de vader de problemen bagatelliseert en geen inzicht toont in zijn aandeel. De GI rapporteerde positieve ontwikkelingen bij de kinderen in het gezinshuis en kamertraining. Het lopende perspectiefonderzoek naar de opvoedcapaciteit van de vader ondersteunt het standpunt dat de uithuisplaatsing voorlopig noodzakelijk blijft.
Gelet op artikel 1:265b BW en het recht op gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) acht het hof de uithuisplaatsingen gerechtvaardigd en bekrachtigt de bestreden beschikkingen. Het verzoek van de vader tot vernietiging wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de uithuisplaatsingsbeschikkingen en wijst het beroep van de vader af.