ECLI:NL:GHARL:2022:6563

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 juli 2022
Publicatiedatum
28 juli 2022
Zaaknummer
Wahv 200.304.881/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 11 WahvArt. 62 RVV 1990Besluit proceskosten bestuursrecht artikel 2Besluit tarieven in strafzaken 2003 artikel 11
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep snelheidsovertreding met aangepaste maximumsnelheid en sanctie

De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd voor het rijden met 37 km/h te hard op de A7 in Wijdewormer op 3 januari 2021. Hij erkende de snelheidsovertreding, maar stelde dat de maximumsnelheid tussen 19:00 en 06:00 uur 120 km/h was, niet 100 km/h.

Het hof onderzocht de loggegevens van Rijkswaterstaat waaruit bleek dat de kantelwalsborden pas om 20:01:06 uur werden aangepast van 100 km/h naar 120 km/h, terwijl de overtreding om 20:02 uur werd geconstateerd. Rekening houdend met de afgelegde afstand en snelheid concludeerde het hof dat de maximumsnelheid op het moment van passeren 120 km/h was.

Hierdoor werd de feitcode gewijzigd naar een overschrijding van 17 km/h met een lagere sanctie van €143. Tevens werd het beroep van de betrokkene gegrond verklaard, de eerdere sanctie vernietigd en proceskostenvergoeding toegekend. Het verzoek om verletkosten werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.

Uitkomst: De snelheidsovertreding wordt vastgesteld op 17 km/h met een sanctie van €143 en proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.304.881/01
CJIB-nummer
: 238675142
Uitspraak d.d.
: 28 juli 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 5 november 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 14 juni 2022 is nog nadere informatie ontvangen van de advocaat-generaal. Deze informatie is (in kopie) doorgezonden naar de betrokkene.
Op 14 juli 2022 is een e-mail van de betrokkene ontvangen. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 juli 2022. De betrokkene is, zoals vooraf aangekondigd, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 411,- voor: “37 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 januari 2021 om 20:02 uur op de Rijksweg A7 in Wijdewormer met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene erkent dat hij te hard heeft gereden, maar voert aan dat er tussen 19:00-06:00 uur een maximum snelheid gold van 120 km/h. Buiten deze periode geldt een maximum snelheid van 100 km/h.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 150.
Snelheid volgens kalibratietabel: 142.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 137.
Toegestane snelheid: 100.
Overschrijding met: 37.
Meetafstand: 500,00 M.
Tussenafstand: 100 M. (…)
Overtreden artikel: 62 jo. bord A1 RVV 1990 (…)
Ter hoogte van hmp/pandnummer: 11.9 L (…)”
5. In het aanvullend proces-verbaal van 21 juli 2021 heeft de ambtenaar nog het volgende verklaard:
“Op genoemde dag, datum en tijdstip controleerde ik een voertuig voorzien van kenteken [kenteken] op de A7. (…) Bij het oprijden van de A7 ter hoogte van Purmerend Zuid werd een snelheid van 100 kilometer per uur aangegeven. De meting heeft plaatsgevonden voor de afrit S153, S155. Na de oprit van de S153, S155 werd een snelheid van 120 kilometer per uur aangegeven. Dus het stuk waar de meting heeft plaatsgevonden werd een snelheid van 100 kilometer per uur aangeven.”
6. De betrokkene heeft informatie opgevraagd bij RWS. De betrokkene heeft in hoger beroep een e-mail ingebracht van RWS. In deze e-mail staat het volgende vermeld:
“U wilt weten welke maximumsnelheid op de kantelwalsborden werd getoond op 3 januari 2021 om 20:00 ter hoogte van hectometerpaal A7 LI 11,9. De kantelwalsborden voorafgaand aan deze hectometerpaal bevinden zich ter hoogte van A7L 12,930 in zowel de middel- als de buitenberm. Op 3 januari 2021 om 20:00 gaven deze kantelwalsborden een maximumsnelheid aan van 100 km/h. Korte tijd later zijn deze borden naar 120 km/h gedraaid. Ter toelichting: normaliter wijzigt dit traject om 19:00 de maximumsnelheid van 100 km/h naar 120 km/h. Op deze dag is de stand van de rotatiepanelen echter pas in de minuut van 20:01 gewijzigd. In de systeemlogging is dit als volgt geregistreerd:
3-1-2021 06:01:27 MUSSTAND A7L 12,621 MUS 1:A01-HB01:Gesloten_dag_
3-1-2021 06:01:32 MUSSTAND A7L 12,621 MUS 2:C23-HB01:Gesloten_dag_
3-1-2021 20:01:06 MUSSTAND A7L 12,621 MUS 1:A01-HB01:Gesloten_nacht_
3-1-2021 20:01:12 MUSSTAND A7L 12,621 MUS 2:C23-HB01:Gesloten_nacht_ (…)”
7. De advocaat-generaal heeft ter zitting bij het hof aangegeven dat deze informatie bij RWS is geverifieerd. De door de advocaat-generaal ontvangen informatie is ter zitting bij het hof ingebracht. Gelet op de ontvangen stukken heeft de advocaat-generaal een berekening gemaakt. Uit de stukken volgt dat de kantelwalsborden bij hmp 12,621 om 20:01:06 uur zijn aangepast van 100 km/h naar 120 km/h. De gedraging is 700 meter verderop, bij hmp 11,9, geconstateerd. Wanneer er wordt uitgegaan van een maximumsnelheid van 120 km/h, dan is dat 33,33 m/s. De tijd die de betrokkene heeft gebruikt om de afstand van 700 meter af te leggen is dan 21,0 seconden (=700:33,33). De gedraging is, zo volgt uit de stukken, geconstateerd om 20:02 uur. Wanneer de 21,0 seconden hiervan worden afgetrokken, dan kom je uit op 20:01:39 uur. Op dat moment gaven de kantelwalsborden 120 km/h aan. De advocaat-generaal is gelet hierop van mening dat de feitcode dient te worden aangepast naar VM017.
8. Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat aan de juistheid van de in het zaakoverzicht weergegeven snelheid moet worden getwijfeld en dat kan worden vastgesteld dat de maximum snelheid 120 km/h bedroeg, zodat de betrokkene de toegestane snelheid ter plaatse niet met 37 km/h, maar met 17 km/h heeft overschreden. Gelet daarop had er geen sanctie mogen worden opgelegd voor de onder 1. genoemde en in de inleidende beschikking omschreven gedraging.
9. De advocaat-generaal heeft voorgesteld de feitcode te wijzigen in feitcode VM017. De omschrijving van de gedraging luidt dan: “overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (bord A1), met 17 km/h”. Het daarbij behorende sanctiebedrag is € 143,-. In aanmerking genomen dat de betrokkene erkend heeft de snelheid (met 17 km/h) te hebben overschreden, zal het hof de feitcode en de omschrijving van de gedraging in de inleidende beschikking wijzigen.
10. Ten aanzien van het verzoek om vergoeding van reiskosten acht het hof termen aanwezig om een vergoeding toe te kennen voor de reiskosten die de betrokkene heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting van de kantonrechter te Zaanstad op 26 oktober 2021
.Ingevolge artikel 2, eerste lid, onder c, van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden reiskosten vergoed overeenkomstig artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Ingevolge die bepaling wordt een tarief vergoed waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Dit komt neer op een bedrag van € 58,24 (Leeuwarden – Rechtbank Noord-Holland, Zaanstad).
11. Het verzoek om verletkosten ten behoeve van de betrokkene wordt afgewezen, nu dit verzoek niet is onderbouwd.
12. Dit leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt die beschikking in zoverre dat de omschrijving van de gedraging en de bijbehorende feitcode worden vastgesteld als: “overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (bord A1), met 17 km/h” (feitcode VM017) en de sanctie € 143,- bedraagt;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv teveel tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 58,24.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.