Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
“Ik hoorde [verdachte] zeggen: ik laat mij toch niet zomaar slaan. Ik zag dat [verdachte] boos was omdat hij was aangevallen. Toen [slachtoffer] op de grond lag heb ik geprobeerd [verdachte] tegen te houden”. Getuige [naam getuige 4] bevestigt deze boosheid naar het oordeel van het hof ook waar hij zegt:
“Toen hij [verdachte] raakte, gleed [slachtoffer] uit en kwam [slachtoffer] boven op [verdachte] terecht. Toen zou [slachtoffer] opstaan en toen gaf [naam medeverdachte] hem een duw met zijn voet, waardoor [slachtoffer] weer naar beneden viel. Hierna wilde [slachtoffer] weer opstaan en zat met een knie op de grond, maar toen kreeg hij die trap tegen zijn hoofd aan. [slachtoffer] ging volledig gestrekt. Toen hij daar lag zou [verdachte] , omdat hij boos was, een trap nagegeven”
“De jongen met de blauwe trui begon heel raar tegen hun te doen. Die jongen zei: “flikker op met je make-up hoofden, smeer meer make-up op je hoofd, bemoei je er niet mee”. Die jongen werd helemaal boos.”Het hof realiseert zich overigens dat deze laatste waarneming na afloop van de gebeurtenis wordt gedaan, maar beschouwt deze verklaring in die zin als steun voor de op grond van de verklaringen van [naam getuige 3] en [naam getuige 4] aangenomen boze gemoedstoestand van verdachte in [locatie] ten tijde van zijn handelen.
Oplegging van straf en/of maatregel
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
€ 1.399,47 (duizend driehonderdnegenennegentig euro en zevenenveertig cent) bestaande uit € 399,47 (driehonderdnegenennegentig euro en zevenenveertig cent) materiële schade en
23 (drieëntwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.