De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor parkeren zonder vergunning op een vergunninghoudersplaats. De betrokkene voerde aan dat er geen bord E9 aanwezig was op de route die hij volgde. De ambtenaar baseerde zijn verklaring op navraag bij een collega en niet op eigen waarneming.
Het hof oordeelde dat de verklaring van de collega onvoldoende bewijs vormt voor de aanwezigheid van het bord ten tijde van de overtreding. Ook de ongedateerde foto’s en Google Maps-beelden van ruim anderhalf jaar later konden dit niet bevestigen. Het hof volgde het standpunt dat de aanwezigheid van een bord op de toegangsweg moet worden vastgesteld op het moment van de gedraging.
Daarom vernietigde het hof de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. De betrokkene hoeft de sanctie niet te betalen.