Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
verweerster in hoger beroep,
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn de ouders van een minderjarig kind dat in 2010 werd geboren. Na hun scheiding in 2011 woont het kind bij de moeder, die met het kind in juni 2020 naar Hongarije verhuisde. De vader heeft de Nederlandse nationaliteit, de moeder de Hongaarse, en het kind heeft beide nationaliteiten.
De vader heeft verschillende verzoeken ingediend, waaronder wijziging van kinderalimentatie, gezag en omgang. De rechtbank heeft eerdere beslissingen genomen over deze kwesties, waarop partijen hoger beroep hebben ingesteld. Het hof heeft de bevoegdheid van de Nederlandse rechter bevestigd op basis van de verblijfplaats van het kind bij aanvang van de procedure en het perpetuatio fori-beginsel.
Het hof heeft de alimentatie gewijzigd conform de gewijzigde verzoeken van partijen. Het gezamenlijk gezag is afgewezen vanwege het risico op conflicten tussen ouders en het belang van het kind. De omgangsregeling is aangepast: het kind verblijft uiteindelijk de helft van de schoolvakanties bij de vader, met een opbouwfase en specifieke afspraken over vakanties en weekenden, rekening houdend met de afstand tussen woonplaatsen.
De beschikking van de rechtbank inzake alimentatie en omgang is vernietigd en opnieuw vastgesteld, terwijl het gezag bij de moeder is bekrachtigd. De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot schorsing van de omgangsregeling.
Uitkomst: Het hof wijzigt de alimentatie, bekrachtigt het gezag bij de moeder en stelt een omgangsregeling vast waarbij het kind de helft van de vakanties bij de vader verblijft.