Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Jeugdbescherming Gelderland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland over de omgang tussen een vader en zijn minderjarige kind, geboren in 2017. De moeder heeft het gezag over het kind en de omgang tussen vader en kind vindt plaats onder toezicht van Jeugdbescherming Gelderland (GI). De omgang is sinds eind januari 2022 herstart en verloopt momenteel goed, maar vereist intensieve begeleiding vanwege de emotionele impact op het kind.
De omgangsmomenten vinden plaats onder regie van de GI, waarbij meerdere hulpverleners betrokken zijn om de veiligheid en het welzijn van het kind te waarborgen. De vader wordt gecoacht en de omgang is afhankelijk van de aanwezigheid van begeleiders. De moeder ervaart nog angst en durft het kind niet alleen met de vader te laten.
Het hof oordeelt dat de omgang onder regie van de GI moet blijven plaatsvinden, met als uitgangspunt twee keer per maand. De omgang kan soms niet doorgaan als een van de betrokkenen niet beschikbaar is. De bestreden beschikking wordt vernietigd en het verzoek van de GI wordt alsnog toegewezen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijzigt de omgangsregeling en bepaalt dat de omgang tussen vader en kind onder regie van Jeugdbescherming Gelderland plaatsvindt met een frequentie van twee keer per maand.