De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, wegens het bezit van een halfgeladen vuurwapen en munitie in zijn auto. Het hof bevestigt de bewezenverklaring, maar vernietigt de strafoplegging en doet in dat onderdeel opnieuw recht.
Het hof weegt de ernst van het feit mee, aangezien het ongecontroleerd bezit van vuurwapens een groot risico vormt voor de veiligheid van personen en de samenleving. Volgens de oriëntatiepunten is een gevangenisstraf van acht maanden het uitgangspunt voor dergelijke feiten. Verdachte heeft echter geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten en leidt inmiddels een stabieler leven, met werk en zorg voor zijn vader na het overlijden van zijn moeder.
Gelet op deze persoonlijke omstandigheden en het risico dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de positieve ontwikkeling van verdachte zou doorkruisen, legt het hof een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden met een proeftijd van drie jaar op. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de straf.