ECLI:NL:GHARL:2022:6880
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.L.H.E. Roessingh-Bakels
- H.M. Braam
- M. Nooijen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep affectieschadevordering na terugwijzing Hoge Raad afgewezen wegens onevenredige belasting strafgeding
De zaak betreft een hoger beroep in een strafzaak waarbij de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf. De benadeelde partij [benadeelde 2] vorderde in het strafproces een schadevergoeding wegens affectieschade.
De Hoge Raad had eerder het arrest van het hof vernietigd met betrekking tot de vordering van [benadeelde 2] en de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van haar. Het hof heeft vervolgens de zaak opnieuw beoordeeld en geconcludeerd dat onvoldoende is onderbouwd dat sprake is van ernstig en blijvend letsel bij het primaire slachtoffer [benadeelde 1], noch dat de psychische klachten van [benadeelde 2] het gevolg zijn van het strafbare feit.
Het hof wees het verzoek tot nader deskundigenonderzoek af omdat dit een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren. Ook is onvoldoende aangetoond dat de vordering toewijsbaar is, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van [benadeelde 2].
Daarom verklaart het hof [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in haar vordering tot affectieschade en wijst erop dat zij deze vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De verdachte wordt veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor de tenuitvoerlegging, begroot op nihil.
Uitkomst: De vordering tot affectieschade van de benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een onevenredige belasting van het strafgeding.