ECLI:NL:GHARL:2022:6887
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod in bestuursstrafzaak Wahv
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter inzake een bestuursstrafrechtelijke zaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingesteld.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat noch hijzelf noch de betrokkene was opgeroepen voor de zitting bij de kantonrechter, en verzocht het hof het appelverbod buiten toepassing te laten. Het hof constateerde echter dat de gemachtigde wel degelijk op de zitting van de kantonrechter was verschenen en het woord had gevoerd, waardoor geen sprake was van schending van het recht op toegang tot de rechter.
Het hof oordeelde dat geen van de in artikel 14 Wahv Pro genoemde uitzonderingen op het appelverbod van toepassing was. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in openbare zitting te Leeuwarden.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.