ECLI:NL:GHARL:2022:7030

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 augustus 2022
Publicatiedatum
10 augustus 2022
Zaaknummer
21-005405-21
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor rijden met ongeldig rijbewijs wegens onvoldoende bewijs wetenschap

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs op 9 oktober 2019 te Tytsjerk. Hij stelde dat hij niet wist en ook redelijkerwijs niet kon weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het hof heeft het dossier en de zitting zorgvuldig onderzocht.

Hoewel het hof de verklaring van verdachte over het niet weten van de ongeldigverklaring twijfelachtig acht gezien de voorgeschiedenis, is het volgens de strikte jurisprudentie van de Hoge Raad niet mogelijk om met de beschikbare bewijsmiddelen de wetenschap of het vermoeden van de ongeldigverklaring aan te tonen.

Daarom vernietigt het hof het vonnis van de politierechter en spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde. Dit arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 9 augustus 2022.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005405-21
Uitspraak d.d.: 9 augustus 2022
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 13 februari 2020 met parketnummer 96-286154-19 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
ingeschreven te [adres] .
uit anderen hoofde alhier verblijvende.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 juli 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken waarvan 2 weken gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. T. van der Goot, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter voornoemd heeft verdachte ter zake van het rijden met een ongeldig rijbewijs, gepleegd op 9 oktober 2019 te Tytsjerk, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken waarvan 2 weken gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 9 oktober 2019 te Tytsjerk, gemeente Tytsjerksteradiel, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, N355 Rijkstraatweg, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Vrijspraak

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting van het hof is komen vast te staan dat verdachte op 9 oktober 2019 te Tytsjerk op de N355 Rijksstraatweg, een personenauto heeft bestuurd terwijl het op zijn naam gestelde rijbewijs ongeldig was verklaard.
De verklaring van verdachte dat hij niet wist en ook redelijkerwijs niet kon weten dat zijn rijbewijs eerder ongeldig was verklaard en op genoemde dag nog steeds ongeldig was, acht het hof gezien de voorgeschiedenis ten aanzien van het bezit van het rijbewijs en hetgeen verdachte daaromtrent ter zitting heeft verklaard op zijn minst twijfelachtig.
Echter, gelet op de strikte jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot de eisen die aan het bewijs in deze zaken wordt gesteld, kan uit de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen en de overige inhoud van het procesdossier niet de wetenschap of het vermoeden worden afgeleid van de ongeldigverklaring van het rijbewijs in de zin van art. 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het hof zal verdachte derhalve vrijspreken van het tenlastegelegde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. J. Hielkema, voorzitter,
mr. H.J. Deuring en mr. M.C. Fuhler, raadsheren,
in tegenwoordigheid van G.G. Eisma, griffier,
en op 9 augustus 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.