Het geschil betreft het verzoek van de man om het gezag over zijn kinderen te herstellen en de kinderalimentatie te verlagen vanwege de uithuisplaatsing van de kinderen sinds maart 2019. De rechtbank had eerder het gezag aan de vrouw toegekend en een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding vastgesteld.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de omstandigheden sinds de uithuisplaatsing een wijziging vormen, maar dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat het gezag moet worden gewijzigd. De kinderen wonen verspreid vanwege hun zorgbehoeften, en het contact met de vader is minimaal. Het hof wijst het verzoek om het gezag te wijzigen af en benadrukt de informatieplicht van de gezagsouder.
Ten aanzien van de kinderalimentatie stelt het hof vast dat de bijdrage met ingang van 17 april 2020 moet worden verlaagd, omdat de vrouw door de uithuisplaatsing minder kosten maakt. Voor de minderjarige die bij pleegouders woont, wordt de alimentatie op nihil gesteld vanwege de pleegzorgvergoeding. Voor de meerderjarige en de jongste minderjarige worden de kosten en draagkracht geanalyseerd, resulterend in een lagere bijdrage en nihilstelling voor de jongste. De vrouw wordt veroordeeld tot terugbetaling van te veel ontvangen alimentatie.