Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.1. De procedure bij de rechtbank
2.2. De procedure in hoger beroep
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
Gelet op dit alles is bij het hof ernstige twijfel gerezen of [appellant] als ondernemer wel voldoende inzicht had in zijn financiële bedrijfsvoering en verantwoorde beslissingen heeft genomen wat betreft het aangaan en onbetaald laten van schulden. [appellant] heeft zodoende niet aannemelijk kunnen maken dat hij ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest.